zaterdag 16 februari 2013

De liefde van Jezus

De liefde van Jezus
The love of Jesus
Tim Keller
Zondag 26 april, 1998
Johannes 13: 1-21 Jezus wast de voeten van zijn discipelen
In het engels te beluisteren op: http://sermons2.redeemer.com/sermons/love-jesus

Samenvatting
In het leven van Jezus Christus zien we een levend voorbeeld van de vrucht van de Geest. Jezus liet ons zien hoe  liefde eruit moet zien, maar Hij deed dat op zo’n manier dat het een uitdaging is voor onze cultuur om over het begrip van liefde na te denken. In deze tekst laat Jezus zien dat liefde meer is dan romantiek of een gevoel. Fundamenteel gezien is liefde een actie. Jezus toont Zijn liefde voor de discipelen door zijn aandacht te richten op hun minst aantrekkelijke plek: hun voeten. We hebben de neiging om minder aantrekkelijke mensen te vermijden en om niet van hen te houden. We willen graag van mooie mensen houden, zodat we beter ons beter kunnen voelen over onszelf. Jezus toonde ons Zijn liefde doordat Hij ons bediende, ondanks dat hij niet iets nodig had van ons. Hij hield van ons omdat Hij een visie had voor hoe wij zouden kunnen zijn zonder zonde.

Johannes 13:1-21
1 Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. 2 Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden. 3 Jezus, die wist dat de Vader hem alle macht had gegeven, dat hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, 4 stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om 5 en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had. 6 Toen hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’ 7 Jezus antwoordde: ‘Wat ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’ 8 ‘O nee,’ zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’ Maar toen Jezus zei: ‘Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen,’ 9 antwoordde hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’ 10 Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein – maar niet allemaal.’ 11 Hij wist namelijk wie hem zou verraden, daarom zei hij dat ze niet allemaal rein waren.
12 Toen hij hun voeten gewassen had, deed hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. ‘Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?’ vroeg hij. 13 ‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. 14 Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. 15 Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. 16 Waarachtig, ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. 17 Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt. 18 Ik doel niet op jullie allemaal: ik weet wie ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.” 19 Ik zeg het jullie nu al, voor het gaat gebeuren; wanneer het dan gebeurt, zullen jullie geloven dat ik het ben. 20 Ik verzeker jullie: wie iemand ontvangt die door mij gezonden is ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft.’
21 Nadat hij dit gezegd had werd Jezus diepbedroefd, en hij verklaarde: ‘Waarachtig, ik verzeker jullie: een van jullie zal mij verraden.’

Preek

Inleiding
Hoe kan God een diepgaande, blijvende verandering in ons leven op gang brengen? Dat is het onderwerp van een serie preken waar dit er één van is.
Waar is Jezus bezorgd over, in zijn laatste nacht met de discipelen, de nacht voor Hij ging sterven? In vers 1 en 17 lezen we daar een aanwijzing voor:

1 Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan.

17 Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt.

Jezus zegt dat de discipelen Hem veel dingen hebben horen vertellen en ze hebben daarvan veel geleerd. Maar ze hebben niet gekeken naar wie Hij is en ze zijn nog niet geworden zoals Jezus is. ‘Je bent nog niet echt veranderd. Ik heb je het voorbeeld gegeven, maar je hebt het niet nagevolgd. Ik heb jullie onderwezen, maar ben alleen maar jullie leraar gebleven. Het heeft je leven niet veranderd’.

Daar gaat het hier over en dat doet me denken aan psalm 40: 6-8

7 Offers en gaven verlangt u niet,
brand- en reinigingsoffers vraagt u niet.
Nee, u hebt mijn oren voor u geopend
8 en nu kan ik zeggen: ‘Hier ben ik,
over mij is in de boekrol geschreven.’
9 Uw wil te doen, mijn God, verlang ik,
diep in mij koester ik uw wet.

Het verrassende is dat de psalmist zegt dat God geen offers verlangt, maar natuurlijk vraagt God die wel. Maar als je het vergelijkt met wat Gods bedoeling is, zou je kunnen zeggen dat Hij geen offers wil. Wat Hij echt wil is ons hart. Je hebt het over de wet, maar wat Hij echt wil is dat de wet in ons hart geschreven staat. En hier heeft Jezus het óók over, net als de psalmist. In de wet staat dat je niet mag liegen. Maar achter die wet zit de vraag om een hart dat integer is. In de wet staat dat je armen moet helpen. Maar daarachter zit de vraag om een hart dat vrijgevig en nederig is. Er is een wet die zegt dat je je geen zorgen moet maken en dat je niet jaloers moet zijn. Maar daar zit de gedachte achter aan een hart vol vrede en tevredenheid.

Dus wat Jezus en de psalmist zeggen is dat ze willen dat je hun onderwijs ook toepast in je leven. Dat je de wet in je hart laat landen. De bedoeling van de wet is dat je een bepaald soort mens wordt. Dus geeft Jezus in die laatste nacht aanwijzingen en doet hij bijzondere en interessante dingen, om hen te laten zien wat er gaat gebeuren als ze inzien dat Hij niet alleen hun leraar is, maar ook hun Heer. Ze moeten daardoor gaan zien dat hij hun niet alleen mooie informatie heeft gegeven, maar dat ze zijn boodschap moeten toepassen in hun leven, zodat dat hen verandert.

Die lessen van Jezus vertellen veel aan ons hoe dat ook bij ons kan gebeuren. Hoe kan God dat soort verandering ook in ons leven laten plaatsvinden? Er zijn 4 diepgaande lessen over hoe de vrucht van de Geest in ons leven kan gaan groeien en in het bijzonder de vrucht van de liefde.

  1. Het belang van de vrucht van de Geest
  2. De samenhang binnen de vrucht van de Geest
  3. Het karakter, de aard van de vrucht van de liefde
  4. Hoe ontwikkel je dan die liefde die je in staat stelt tot voeten wassen?
1.    Deze tekst leert ons het belang van de vrucht van de Geest, van karakterverandering, het belang van de vrucht van de liefde.

In dit tekstgedeelte valt het op dat Johannes veel aandacht geeft aan het feit dat Judas, de verrader, aanwezig is. Alles wat Jezus doet, doet Hij net zo goed bij Judas als bij de andere aanwezigen. Ik zou wel een mooie preek over alleen Judas kunnen houden, maar dat doe ik nu niet. Dat is al genoeg gedaan door anderen. Opvallend in die preken is dat men Judas of ziet als een beroemd persoon die wel alles heeft gehoord van het evangelie maar vond dat dat niet bij hem paste. Of Judas werd juist gedemoniseerd en neergezet als een heel slecht mens. Er wordt dan verwezen naar vers 2:

De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden.

Ja, het klopt dat er iets heel slechts aan de hand was met Judas. Maar we vergeten dan dat Jezus in Mattheüs 16: 23 tegen Petrus zegt, als Petrus meent dat Jezus niet hoeft te sterven:

Maar Jezus keerde hem de rug toe met de woorden: ‘Ga terug, achter mij, Satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.’

Het is niet zo dat iemand die iets doms, slechts, kwaads doet in de macht is van kwade machten. Jezus noemt Petrus ‘satan’, omdat Petrus zegt dat hij niet naar het kruis moet gaan.
Je bewijst er dus niemand een dienst mee als je naar Judas kijkt als naar een beroemd of hoogmoedig persoon. Ik zal je uitleggen waarom dat zo is. Wat leren we van Judas over de vrucht van de Geest?
Judas Iskariot heeft de beste ervaringen gehad die je maar kan mee maken in de kleine groep rond Jezus. Hij heeft de beste prediker gehad die iemand ooit kan hebben. Hij heeft een ongelooflijk mooi moreel voorbeeld gehad, het mooiste dat iemand ooit heeft gehad. Hij heeft de beste training ooit gehad. Dat is de ongelooflijke input die hij heeft gehad. Nu de output: hij is met de andere discipelen erop uit gestuurd om te preken en te genezen, te dienen. Dat betekent dat hij getraind en uitgerust was met de kracht van de Heilige Geest om betrokken te raken op het leven van andere mensen om ze te helpen, raad te geven, ze te onderwijzen en te genezen naar lichaam én ziel! Ze dreven demonen uit! En steeds staat er dat alle discipelen dat deden. Dus Judas heeft dat ook gedaan. Dat betekent dat de Heilige Geest de talenten van Judas gebruikte en hem kracht gaf om de mensen om hem heen te dienen en dat het leven van mensen is veranderd door Judas. Ik durf wel te zeggen, vanwege de kracht die er was, dat het heel goed mogelijk is dat Judas bij meer mensen het leven heeft zien veranderen door zijn handelen, dan dat ik of iemand anders hier dat heeft zien gebeuren.

We hebben hier dus te maken met een man die de meest ongelooflijke input en de meest ongelooflijke output heeft gekregen en toch werd hij nooit een christen of een kind van God. De Heilige Geest gebruikte zijn talenten om de mensen om hem heen te bereiken, maar Hij woonde nooit in Hem, maakte geen woning in hem. Wat betekent het dat hij het evangelie nooit echt heeft begrepen?

Ik vraag je: is God in jouw leven aanwezig? Ben je een geestelijk mens? Waar kijk jij naar? Kijk je naar je theologische kennis? Judas zou ons daar allemaal de baas in zijn. Kijk je naar hoeveel mensen zeggen dat jij hun leven hebt veranderd? Je bent betrokken op mensen, je helpt ze, je geeft ze raad. Al die fantastische dingen doe jij voor andere mensen. Kijk je daarna? Stop daar maar mee. Een echte christen kent de bijbel, is wijs, doet allerlei goede dingen voor andere mensen, natuurlijk. Ik zeg niet dat daar iets mis mee is. Maar wat mijn punt is, is dat als er geen genade (grace) in je hart is, dan zijn deze dingen geen waarheid voor je. Zowel je input als je output kan fantastisch zijn. Maar Judas laat ons zien dat het absoluut belangrijk is om jezelf de vraag te stellen of de vrucht van de Geest in je leven groeit. Het is niet de vraag hoeveel ik weet of hoeveel mensenlevens er zijn veranderd door mij, maar of jouw eigen leven is veranderd! Judas Iskariot had geen liefde, vrede, blijdschap…dat is onmogelijk. Die vrucht moet groeien en hij had die vrucht niet. Hij was hebzuchtig en verdacht mensen, lezen we over hem in de bijbel.

Wat we nu hebben ontdekt is dat Judas kracht en kennis had en mooie dingen meemaakte. Maar we moeten dus niet naar die dingen kijken om te weten of de Geest echt in ons werkt en of we Jezus echt begrijpen of niet. We moeten naar de vrucht kijken. De echte vraag is of iemand anders, bijvoorbeeld een vriend van je, aan je kan zien dat je veranderd bent. Vraag dat eens aan een vriend van je. Ben je een betere luisteraar geworden dan je was? Probeer je mensen minder onder controle te houden? Ben je als vriendelijk, sympathiek mens meer direct geworden en als direct type mens meer vriendelijk en sympathiek? Zeggen jouw vrienden dat je veel geduldiger bent geworden en genadiger als mensen kritiek op je hebben? En zeggen ze dat je evenwichtiger reageert als je een fout maakt, of scheld je jezelf dan uit en geef je jezelf er flink van langs? Zeggen ze dat als jij moet toegeven dat je iets fout hebt gedaan dat je dat nu veel sneller doet op een natuurlijke, makkelijke, vreugdevolle manier en dat het niet direct traumatisch is voor je? Vind je het nu minder belangrijk om mensen te plezieren en kun je ook eens ‘nee’ zeggen? Maak je je minder zorgen?

Ben je veranderd? Is de vrucht van de Geest in je gegroeid? Daar gaat het om! Niet hoe slim je bent, niet hoeveel je weet, niet hoeveel mensen je helpt…ben jíj veranderd?! Judas laat ons zien wat het belang is van de vrucht van de Geest.

2.    De samenhang binnen de vrucht van de Geest.

Je leert hier niet alleen iets over het belang van de vrucht van de Geest en over het belang van karakterverandering, maar ook iets over de samenhang, de eenheid die er is binnen de vrucht van de Geest. Wat bedoel ik met samenhang? Ik zal iets uitleggen wat er met mij gebeurd is. De titel van deze preek heb je gelezen: de liefde van Jezus. Als ik een preek voorbereid vind ik het altijd goed om te lezen wat andere mensen over dezelfde tekst hebben gezegd en daarom heb ik lees ik altijd zo’n 12 tot 15 preken over het betreffende tekstgedeelte. Die preken hebben altijd een titel. En iets wat me steeds weer in verwarring brengt is dat elke preek een heel andere titel heeft. Ik zou denken dat de titels bij dit tekstgedeelte allemaal iets zouden zeggen over de liefde van Jezus, maar dat is dus niet zo. Een deel van de schrijvers zegt dat het in deze tekst vooral gaat over de nederigheid van Jezus. Dat is omdat zij zeggen dat Jezus Christus zijn leerlingen diende, hun voeten waste, ondanks dat Hij wist wie Hij zelf was. In de Romeinse, Griekse of oude literatuur kom je verder nergens een meester tegen die de voeten wast van zijn leerlingen. Hoe komt dat? Wij hebben hier niet veel ervaring mee want wij leven niet in een heet, stoffig klimaat. Als je in die tijd een huis binnenkwam had je een voetwassing hard nodig. Misschien ken je wel het heerlijke gevoel dat je krijgt als je na een lange wandeling je voeten in een bak water kan zetten. Dat is heerlijk voor jou, maar een vies, stinkend karweitje voor wie jouw voeten dan moet wassen. Het was in die tijd zo’n vernederend werkje om voeten te moeten wassen, dat de joodse rabbijnen ervan overtuigd waren dat je het niet kon maken om je joodse knecht dit te laten doen. Voor een heiden was dat werk niet te min. Dus een meester die de voeten van zijn leerlingen wast is echt ongehoord, dat kwam gewoon nooit voor. Vandaar de reactie van Petrus ”wat bent ú aan het doen!” Maar God doet dat dus wel. Hij vernedert zich voor mensen.

Dan heb je een andere groep mensen die in hun preken insteken op de duldzaamheid van Jezus. Zij zeggen dat Jezus niet diende ondanks wie Hij is, maar dat het juist ongelofelijk is dat hij diende, terwijl hij wist waarmee hij geconfronteerd zou gaan worden. Gister, zaterdag, zei een van mijn zonen tegen mij dat ik aan het dagdromen was, maar ik zei dat dat niet zo was. Ik was aan het nadenken over een probleem in Johannes 13. Als je geconfronteerd wordt met ziekte, kwellingen, dood of nog grotere dingen merk je verder niet veel op, dan ben je daar helemaal op gericht. Jezus werd geconfronteerd met zonden. Hij kwam echter niet om te sterven voor zijn eigen zonden maar om te sterven voor de zonden van de hele wereld. Alle ongerechtigheid zou op Hem neerkomen. Dat wist Hij. En toch ging Hij voeten wassen. Die voeten zouden je alleen opvallen als je met je gedachten helemaal bij het hier en nu zou zijn. En als je bezorgd zou zijn om het welzijn van de mensen om je heen, of die zich wel comfortabel en makkelijk voelden. Met andere woorden: ondanks wat Hem te wachten staat, denkt Hij aan de mensen om zich heen. Ondanks waarmee Hij geconfronteerd gaat worden denkt Hij aan het welzijn en de behoeften van zijn leerlingen. Hij is zo weinig gericht op zijn eigen behoeften. Zijn hart gaat helemaal uit naar ons. Daarin zie je de duldzaamheid van Jezus, zijn trouw, ongeacht wat wij doen.

Dan is er nog een andere groep mensen die weer ergens anders de nadruk op legt. Verbazingwekkend genoeg zegt deze groep dat dit verhaal gaat over de vergevingsgezindheid en het geduld van Jezus met mensen. Dit zie je aan het feit dat Jezus niet de voeten van tien of elf mannen wast, maar van alle twaalf. Hij wast de voeten van Judas, degene van wie Hij weet dat hij er voor gaat zorgen dat Hij gevangen wordt genomen, gemarteld en gedood gaat worden. Hij wast de voeten van de verrader, de leugenaar. Hij dient niet alleen ondanks wie Hij is of ondanks wat Hem te wachten staat, maar ook ondanks wie zij zijn! Ondanks wat zij gaan doen of al hebben gedaan. De vraag hierbij is wat Jezus dan bedoeld als Hij zegt dat Hij hen een voorbeeld geeft. Een voorbeeld van wat? Een voorbeeld van liefde? Of van nederigheid, integriteit, moed, geduld? Welk van de vruchten wil Jezus ons laten zien?

Wat ik je nu ga uitleggen kan heel zweverig klinken, maar het is heel praktisch. We hebben hier te maken met een voorbeeld waar Paulus het in Galaten 5 over heeft.

Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof…

Hij gebruikt daar het enkelvoud om te beschrijven wat liefde, geduld, vrede.enzo inhoudt. Hij zegt niet dat de vruchten van de Geest liefde, blijdschap, vrede zijn. Hij heeft het over de vrúcht van de Geest. En dat is exact hetzelfde als waar Paulus het over heeft in 1 Cor. 13:

Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

Er zijn er dus drie. Maar in de voorgaande verzen van hoofdstuk 13 zegt Paulus dat liefde alles gelooft en alles hoopt. Eerst zegt hij dat er drie dingen zijn, maar dan zegt hij dat ze elkaar zijn. They are each other. En dat is het punt: in de echte vrucht van de Geest komt alles bij elkaar, want ze horen bij elkaar. ‘If they are not all there, they are not there at all.’ Als ze er niet allemaal zijn, zijn ze er allemaal niet.

Als het lijkt alsof iemand liefdevol is maar geen zelfbeheersing heeft, is hij niet echt liefdevol. Als iemand vol vrede lijkt te zijn, maar niet vriendelijk is, is hij niet echt vol van vrede.

Nu zullen er mensen zijn die zeggen: ‘Ho, wacht eens eventjes. Ik ken wel degelijk mensen die echt heel vredelievend zijn en heel gedisciplineerd, maar dat zijn ze niet altijd en overal. Dus dat kan best samengaan. Kijk maar naar je eigen leven. Sommige aspecten van de vrucht van de Geest zul je herkennen in je eigen leven, maar niet alle aspecten zijn even duidelijk aanwezig.’

Ik wil je proberen uit te leggen wat ik bedoel. Wat Jezus ons leert, wat Paulus zegt, wat de bijbel vertelt, steeds weer, is dat deze dingen één geheel vormen. En alleen als je gaat inzien dat als één er niet is, er helemaal niets is, zul je begrijpen hoe groots de vrucht is dat aan ons is gegeven.

Een voorbeeld: je zegt dat jij mensen kent die wel heel zachtaardig zijn, misschien ben je zelf wel zo, maar die niet moedig en trouw zijn. Ze zijn niet goed in het confronteren van mensen. Dat betekent dat de zachtmoedigheid, door het gebrek aan moed en zelfwaardering, niet een uiting is van nederigheid. Ik ken iemand die zichzelf heel goed kan beheersen, maar die totaal niet vreugdevol is. Zelfbeheersing is één aspect van de vrucht van de Geest, maar een ander aspect, vreugde, is afwezig. Dan is er geen sprake van zelfbeheersing, maar van trots-beheersing. Dan heb je te maken met iemand die zonder vreugde zelf wil laten zien hoe hij alles beheerst. En eigenlijk wordt je dan beheerst en heb je zelf helemaal niet de controle in handen. Ander voorbeeld: er zijn mensen die heel geduldig lijken te zijn, maar die niet vriendelijk zijn. Ze klagen nooit, zullen nooit met stemverheffing praten, als ze zien dat anderen fouten maken, zullen ze er niets van zeggen. Deze mensen lijken komen heel geduldig over, maar als je wat dieper met ze in gesprek gaat, blijken ze vol boosheid te zitten en heel minachtend te praten over de mensen waar ze zo geduldig tegen doen.

Echt geduld betekent dat je vergeeft, maar deze mensen laten zien dat ze superieur zijn en willen niet laten zien aan anderen waar ze zo’n moeite mee hebben.’Ik laat je niet weten hoeveel pijn je mij hebt gedaan. Ik voel me superieur aan jou want ik laat me door jou niet plat krijgen.’

Weet je, als jij denkt dat één van de vruchten er is zonder dat de anderen aanwezig zijn, dan zal er niets van de vrucht aanwezig zijn. Als ze er niet allemaal zijn, zijn ze er allemaal niet. 

Misschien komt dit heel zweverig op je over en vraag je je af wat je hier mee moet.
Het eerste wat je dan moet bedenken is dat een echt christelijk karakter een organisch geheel is. Het is best mogelijk om je gedrag te veranderen zonder dat dat invloed heeft op je karakter. Je kunt best een zacht mens proberen te zijn zonder dat je dat ook echt bent. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom je je zachtaardig gedraagt, zonder dat de Heilige Geest aanwezig is. Misschien heb je op sommige punten in je leven wel zo weinig zelfcontrole dat je zelfverdedigingssysteem ervoor zorgt dat je dat nooit van je leven ook maar aan iemand anders zult laten zien. Zo heb je geleerd om te gaan met je slechte geweten. Er zijn allerlei manieren om zacht en lief te doen zonder dat er sprake is van de Heilige Geest. Zo kun je in je werk besluiten om meer direct te zijn naar mensen toe. Dan doe je dat omdat het je helpt promotie te maken, niet omdat je hart is veranderd. Dat is heel onnatuurlijk, het kan je zelfs pijn doen als je het doet.

Het christelijk geloof zegt dat er een kracht in je hart aanwezig kan zijn waaruit zowel durf als zachtheid voortkomt. En dat komt voort uit het feit dat je jezelf niet hoeft te bewijzen omdat je gevuld bent met de wetenschap hoe enorm geliefd je bent. Als je wel liefdevol bent maar iemand niet ergens op aan durft te spreken, kun je God niet alleen om meer durf vragen. Je moet zowel je liefde als je durf in een heel nieuw plan, een nieuw ontwerp zien, met een heel andere basis. En dan ondersteunen ze elkaar, ze vormen een geheel, ze laten elkaar groeien. Dat is iets heel anders dan de benadering waar het gaat om alleen maar moedig zijn, om een benadering waar het om jouw trots gaat.

God wil van de wereld een veel betere plaats maken dan dat zij zou zijn als er alleen maar sprake zou zijn van ‘gemeenschappelijke en natuurlijke deugden’. Mensen zijn vriendelijk omdat ze behoeftig zijn. Mensen zijn eerlijk omdat ze denken dat dat hen het best helpt. Mensen beheersen zich vanuit trots, omdat niemand iets over hun binnenste hoeft te weten. Al die deugden zijn echt wel behulpzaam om de maatschappij leefbaar te houden. Maar het christelijk geloof geeft je iets dat veel dieper gaat dan stoïcijns leven, dan zelfbeheersing vanuit trots, of vriendschap omdat je behoeftig bent. Er komt iets van binnenuit, iets dat een geheel vormt.

Maar we kunnen er nog iets anders van leren. We zien hier ook hoe hard we de Heilige Geest en Jezus nodig hebben om mensen te worden met een veranderd karakter. Toen ik hier deze week over nadacht, realiseerde ik me dat ik, als ik wil weten hoe geestelijk vernieuwd ik ben, ik niet moet kijken naar mijn sterke punten maar juist naar mijn geestelijk zwakke punten. Mijn krachtige punten zijn een mix van mijn natuurlijke temperament, hoe mijn hersenen werken, hoe ik gericht ben op zelfbehoud. Kijk juist naar de zwakste punten in je leven, naar die aspecten van de vrucht van de Geest die nog niet er ontwikkeld zijn, want daaraan kun je zien hoe de Heilige Geest aan het werk is in je leven. En dan zie je hoe diep jouw problemen zijn. We hebben de neiging om te denken dat we al best wel aardig volwassen zijn, want we weten al heel veel en veel mensen hebben al veel aan ons gehad. Maar kijk je naar je zwakste punten, dan zie je hoe ver je daar nog bij vandaan bent. Tenzij je grote veranderingen ziet op je zwakke punten, zijn je sterke punten helemaal niet sterk. Als jij veel sterke kanten hebt, maar geen groei ziet in die gebieden waarin je zwakke punten liggen – en wellicht weet je dat van jezelf en houd je die kanten heimelijk verborgen voor anderen, blijven ze in het donker, je kunt jezelf niet stoppen omdat je jezelf niet kunt beheersen- dan zijn je sterke kanten dus ook niet sterk. Dat zijn de plekken waaraan je kunt zien of God wel of niet aan het werk is in je leven. En als Hij daar niet aan het werk is, is Hij misschien helemaal niet aan het werk.

3.    Het karakter, de aard van de vrucht van de liefde

Wat is het karakter van de vrucht van de liefde? Toen ik aan het nadenken was over deze preek en een titel eraan gaf, vroeg ik mezelf af hoe ik het in mijn hoofd kon halen om de preek deze titel mee te geven. Waarom zouden duizend mensen willen luisteren naar een preek over liefde, hoe kun je daar nog iets nieuws over zeggen? Het is zo’n triviaal onderwerp. Tja, en dat kan ik ook niet vermijden. Misschien ga ik wel triviale dingen zeggen. Maar wat ik graag duidelijk wil maken is dat Jezus op die laatste avond met zijn discipelen hen fysiek en zichtbaar wilde laten ervaren, op een manier die ze zich altijd zouden herinneren, wat liefde is. Daarom waste Hij voeten. En als jij de rest van je leven hierover zou mediteren, dan denk ik dat dat jouw grootste hulpbron zal zijn in het begrijpen van wat liefde nou eigenlijk inhoudt. Dieper kun je niet gaan. Jezus zei dat hij wilde laten zien wat liefde is. ‘Ik wil laten zien wie ik ben en ik wil laten zien wie jij moet zijn. Ik wil je liefde laten zien.’ Liefde? En wat doet Hij? Van alle voorbeelden die Hij zou kunnen gebruiken, kiest Hij voeten wassen. Want daar zit alles in.

Ik wil je met een paar punten laten zien dat ‘Liefde = voeten wassen’.

1. Liefde betekent niet alleen maar tolerantie. In onze moderne cultuur definiëren mensen liefde als het accepteren van alles wat iedereen zegt. Liefde is dat je alle praktijken van alle geloven accepteert, haat is dat je dat afkeurt. Maar liefde = wassen. Echte liefde is betrokkenheid op iemand anders zonder alles goed te keuren en leuk te vinden wat hij zegt en doet. Echte liefde maakt je betrokken en geeft je een visie welke kant diegene op zou moeten gaan, hoe hij weer schoon kan worden en wie hij dan kan zijn als alle viezigheid eraf is gewassen, alle infecties weg zijn. Want voeten waren in die dagen niet alleen maar vies, maar vol wondjes, misschien wel geïnfecteerd. Liefde = wassen, dat betekent dat je betrokken raakt.

Eén van mijn meest favoriete citaten is van Becky Pippert uit haar boek ‘Hope has its reasons’, waarin ze zegt dat hoe meer je van iemand houdt hoe bozer je op zo iemand wordt, als hij iets doet wat hemzelf kwetst. Als je iemand zichzelf ziet kwetsen en je houdt niet heel veel van iemand, dan ben je meestal heel tolerant naar zo iemand toe. Hoe minder ik om iemand geeft, hoe minder het me interesseert als ze iets doen dat niet goed is voor henzelf. Maar hoe meer je van iemand houdt, hoe minder tolerant je bent ten opzichte van hem.

Wat zij bedoelt te zeggen is dat ze iemand wel door elkaar wil schudden en wil toe roepen: “Zie je dan niet wat je jezelf aandoet! Elke keer als ik je zie is er weer minder van jou zelf overgebleven.” Je bent dan niet boos omdat je iemand haat, maar juist omdat je van hem houdt. Als je niet van hem hield, zou je gewoon doorlopen. Echte liefde staat op tegen misleiding en tegen vernietigende leugens. Hoe meer een vader van zijn zoon houdt, hoe meer zich boos maakt om de leugen, de dronkenschap, het verraad die hij in zijn zoon ziet. Boosheid is niet het tegenovergestelde van liefde. Dat is haat. En haat loopt uit op onverschilligheid.

Liefde = wassen. Als iemand je toestaat zijn voeten te wassen, wees dan betrokken op zo iemand en laat weten dat je hem helpen wil te worden zoals de bedoeling is.

2. Liefde betekent voeten wassen en dat is niet iets romantisch. Naast tolerantie is de tweede grote namaak-liefde, om het even zo te zeggen, romantiek. Is tolerantie dan ook namaak? Natuurlijk maakt echte liefde je heel open, maar louter tolerantie is wel namaak-liefde. Dan zeg je van alles en iedereen dat je het prima vindt. Echte liefde is betrokken op mensen, het is voeten wassen.

En ook romantiek kan onder de namaak liefde vallen. Nu goed opletten, want anders begrijp me misschien verkeerd. Ik denk niet alleen maar over romantische liefde in de seksuele betekenis van het woord. Ik heb het over het romantiseren van liefde. Als wij aan liefde denken dan denken we aan aantrekkingskracht. Ik ben verliefd op iemand als ik me tot die persoon aangetrokken voel. Romantische liefde heeft een fysieke kant. Maar dat is niet de enige kant die ik bedoel als ik het over romantische liefde heb. Je kunt ook van iemand houden omdat je je aangetrokken voelt door zijn succes, zijn persoonlijkheid, zijn geest, zijn gevatheid. Je voelt je aangetrokken tot zo iemand omdat zo iemand een aantrekkelijk persoon voor jou is. En veel mensen zeggen dat dát liefde is.

Jezus Christus zegt: Liefde = voeten wassen. En als je aan wie dan ook vraagt wat zijn of haar minst aantrekkelijke lichaamsdeel is, dan zal vrijwel iedereen zeggen: mijn voeten. Voeten zijn meestal niet echt aantrekkelijk. En waarom gaat Jezus nou juist voeten wassen? Hij probeert ons duidelijk te maken dat dienen de essentie van liefde is en dienen vraag om actie, en heeft niets te maken met een gevoel van aantrekkelijkheid. In feite wil hij er mee zeggen dat wat de wereld vaak liefde noemt, geen liefde is maar honger. Honger. Honger zegt: ‘Ik houd van je”, maar het bedoelt: “Jij zorgt ervoor dat ik mezelf beter voel. Jij vult me aan. Door jou voel ik dat ik er toe doe. Ik wil je bezitten. Ik wil je hebben. Ik wil jou, want daardoor voel ik me en echt mens. Ik wil door jou mezelf worden.”

Stel je eens voor dat je een prachtige fruitboom ziet staan op een moment dat je je heerlijk gevuld voelt en geen honger hebt. Hoe geniet je dan van die prachtige boom? Je zegt dat je hem prachtig vindt en geniet van elk onderdeel van de boom. Je waardeert de boom om de schoonheid die hij in zichzelf heeft. Maar als je die boom ziet op het moment dat jij bijna sterft van de honger, geniet je op een heel andere manier van die zelfde boom. ‘O, wat houd ik van die fruitboom. Ik ga hem helemaal leeg plukken. Of trekken. Hoe maakt me niet uit.” Je houdt dan niet van die fruitboom om hem zelf, maar om wat die boom voor jou kan betekenen.

Jezus zegt: liefde = voeten wassen. Liefde komt voort uit een hart en leven dat al gevuld is. Het gaat om het dienen van mensen, ondanks hun onaantrekkelijkheid. Als jij iemand aantrekkelijk vindt, dan is dat omdat die persoon ervoor zorgt dat jij je goed voelt. De taal van de honger is: ik houd van je, ik wil je bezitten,  ik wil je eten, ik wil jou in mij  om met de leegheid in mijzelf om te kunnen gaan. En de taal van de liefde is niet dat ik jou wil om zelf iemand te worden, dat is honger. Maar de taal van de liefde is: ‘hoe maak ik jou tot iemand. Hoe kan ik jou aanvullen, hoe kan ik jou laten groeien?’

Voeten wassen heeft dus niet met tolerantie te maken, maar met dienen en met betrokken zijn op mensen. Dus, liefde heeft niets met gevoel te maken? Ik kan je vertellen dat als jij er voor kiest om je te richten op mensen, zonder onderscheid, op basis van wat jij hen hebt te geven en niet op basis van wat zij jou hebben te geven en ze te zien, gewoon als waardevolle mensen, en je zoekt hen op, dat je dan de taal van liefde leert spreken. Bedenk dat voeten wassen betekent dat je nederig bent, voorzichtig bent, maar er soms niet aan ontkomt om iemand pijn te doen, dat hangt ervan af hoe vies de voeten zijn. Hoe kan ik zachtmoedig, met het risico op pijn, nederig en zonder onderscheid, aan jouw toegewijd zijn om jou te laten glansen, te laten groeien en bloeien. Hoe kan ik dat doen? En als je je dát afvraagt, is dat de taal van de liefde die je spreekt.

4. Hoe ontwikkel je dan die liefde dat je in staat bent tot voeten wassen?

Het laatste punt, dat laat zien dat liefde = voeten wassen. Hoe ontwikkel je dat dan? Het antwoord daarop is echt verbazingwekkend. Jezus Christus heeft ons hiervan het voorbeeld gegeven. Als je een beetje verderop in dit hoofdstuk leest, in vers 34:

Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.

Dit is exact hetzelfde als Hij in vers 14 en 15 zei:

Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen.

Ik houd zo van deze tekst, want het vertelt me alles wat ik moet weten. In de eerste plaats vertelt het me dat Jezus bij de voetwassing, die metafoor, die manier om te begrijpen wat liefde is, dat het leuke eraan is dat je er direct mee kunt beginnen. Voeten gaan wassen betekent dat je een vies, niet aantrekkelijk werk gaat doen, maar je kunt gewoon beginnen. Toe! Waar wacht je nog op!

Hoe begin je daar dan mee? Je hoeft in elk geval niet eerst te wachten tot je fantastische gevoelens hebt. Of tot je iemand aantrekkelijk vindt. Hoe doe je dat dan, voeten wassen? Nou, gewoon het eerst volgende paar voeten aanpakken. Kijk naar de mensen om je heen. Was voeten. Luister. Voeten wassen heeft te maken met je bezorgdheid over mensen laten zien, over hun behoeften. En dat is heel praktisch. Let op dat je je niet alleen richt op mensen die voor jouw aantrekkelijk zijn, die ervoor zorgen dat jij je goed voelt over jezelf. Want je houdt dan niet van hen, maar je houdt van de liefde die ze jou geven. Stop ermee te zorgen dat jij liefde krijgt, dat jij van andere mensen neemt wat jij nodig hebt. Net als bij de fruitboom. Dat is het eerste punt: ga gewoon aan de slag! Dus begin maar gewoon.

En dat brengt me bij het mooiste hiervan: de gouden regel. De gouden regel zegt: zet je zelf op de plek van iemand anders. Behandel een ander zoals jij wilt dat jij wordt behandeld. Er zijn mensen in je leven met wie je niet meer wilt praten en mee om wilt gaan, omdat ze je pijn hebben gedaan, dom zijn, je teleurgesteld hebben, je hebben mishandeld en je hebt hen opgegeven. Je moet jezelf in hun plaats zetten.

Als jij dom bent, zou jij dan willen dat er iemand van je houdt en jou zou dienen op wat voor manier dan ook?
Als jij onverstandig en slecht bent, zou jij dan willen dat iemand jou ging dienen en van jou zou houden?
Als jij op het punt staat naar beneden te vallen omdat je aan de rand van een kloof hangt, doordat iemand jou achternazit om je te doden, zou jij het dan fijn vinden als diegene tegen je zou zeggen dat hij jou wel wil redden? De gouden regel zegt: ‘you owe whatever you want’, behandel een ander zoals jij wilt dat hij jou behandelt. Het is absoluut onrechtvaardig om jezelf niet op de plek van de ander te zetten. Denk eens aan de mensen waar jij niet meer mee wilt omgaan.

Wil jij geliefd en gediend worden, ook al ben je niet aantrekkelijk? Tuurlijk wil je dat!
Wil jij geliefd en gediend worden, ook al ben je dom? Tuurlijk wil je dat!
Wil jij geliefd en gediend worden, ook al heb je al die slechte dingen gedaan? Tuurlijk!

En toch kun jij dat niet voor andere mensen doen. Ook al doen andere mensen het wel voor jou, jij geeft hen dat niet terug, dat ga jij niet doen. Je kan het niet. Weet je waardoor dat komt? Omdat je hongerig bent. Omdat wij andere mensen nodig hebben. Wij hebben de liefde van mensen nodig die aardig tegen ons zijn, zodat we ons zelf goed kunnen voelen. En daardoor kunnen we de gouden regel niet toepassen. En daardoor kunnen we ons zelf niet opgeven en kunnen we ons zelf niet op de plek van anderen zetten. We kunnen geen liefde geven aan mensen die dom, slecht en onaantrekkelijk zijn omdat we hongerig zijn. We zoeken naar mensen bij wie we ons goed kunnen voelen over onszelf.

Tenzij…

Jezus Christus kwam naar de aarde om iets prachtigs te doen. Wat deed Hij? Zei Hij: ‘Ik ben jullie leraar en Heer en ik zie dat jullie de gouden regel niet volgen en dat je jezelf niet op de plek van de ander zet. Stop daarmee en begin nu de gouden regel te gehoorzamen!?’ Zegt Jezus dat? Nee! Wat Hij zegt is: ‘Ik zie dat je hongerig bent, de zonde heeft je hongerig gemaakt. De zonde heeft ervoor gezorgd dat jij mensen wilt gebruiken voor jouw doeleinden. Je houdt niet van hen maar houdt van de liefde die je van hen krijgen kan. Je kúnt jezelf niet op de plek van andere mensen zetten. Je kúnt de gouden regel niet naleven. Je kunt niet voor een ander doen wat jij wilt dat ze bij jou doen. Dat kún je niet.’

Maar Jezus heeft daar iets aan gedaan. ‘Jij kunt jezelf niet op de plek van iemand anders zetten, daarom heb Ik mijzelf jou plek gegeven. Ik ben gestorven. Ik heb het leven geleefd dat jij had moeten leven en ben de dood gestorven die jij had moeten sterven. Ik, God zelf, kniel neer bij jouw voeten. Er is geen enkele profeet die dat eerder heeft gedaan, maar zeker geen andere god die dat deed. Ik, God, kniel neer bij jouw voeten en was ze schoon. Ondanks wie ik ben, ondanks wie jij bent, ondanks wat Ik bij je zie. Ik heb mijzelf jouw plaats gegeven, zodat jij andere mensen lief kunt gaan hebben.’

Hoe is dat mogelijk? Dat is heel eenvoudig. Jezus Christus houdt van jou zonder dat jij daar iets voor hebt gedaan. Hij houdt gewoon van jou om wie je bent. Hoe zou jij Hem daar ook ooit bij kunnen helpen? En als het waar is dat Hij niets nodig heeft van onze toewijding aan Hem, dan betekent dat dat Hij ons zo hoog waardeert om onszelf. En alleen als je liefde ervaart die bevrijdt en alleen als je voelt dat je geliefd bent alleen om wie je bent, ben je in staat om van andere mensen te houden gewoon om wie ze zijn. Alleen als je helemaal bevrijd bent van honger-liefde doordat je gevuld bent met wat Jezus voor jou heeft gedaan, ben je in staat echte liefde te geven.

Aan de ene kant zegt Jezus over het voeten wassen dat je het gewoon moet gaan doen. Je kunt het gaan doen. Maar aan de andere kant geeft Hij ons een voorbeeld. En het mooie daaraan is de reden waarom Jezus dat doet: omdat wij het nodig hebben iets te kunnen zíen. Jij kunt tegen mij zeggen dat je dit soort preken wel vaker hebt gehoord. ‘Heel interessant allemaal, maar straks loop ik weer naar buiten en alles gaat z’n gangetje. Ik voel me er niet beter door. Ik voel niet meer liefde. Ik kan niet houden van onaantrekkelijke mensen. Ik heb er echt moeite mee wat je nu van me vraagt’.

Ik wil je vragen hier dan eens over na te denken: Jezus gaf ons een voorbeeld, Hij liet iets zí en. Hij liep niet naar het schoolbord om een lesje te geven. Hij liet iets zíen. Als jij je hart wil laten genezen, wilt laten helen, dan moet je naar Jezus kijken, het evangelie lezen en er diep over nadenken wat Hij doet.

Ignatius Loyala (http://www.ignatianspirituality.com/) gaf in zijn beroemde spirituele oefeningen als opdracht één week niets anders te doen dan berouw te hebben van je zonden. De volgende twee weken bestonden niet uit het vragen van vergeving voor die zonden, maar hij gaf 51 tekstgedeelten over het leven Jezus, om daar over te mediteren. De start van de wedergeboorte gaat altijd via de dood en de opstanding. Hij spoort je zo aan naar Jezus te kijken en niet alleen abstract om vergeving te vragen. Kijk naar Jezus! Er staat dat Jezus hun zijn liefde liet zíen. En alleen als je er echt over mediteert (letterlijk: contemplatie) dat Jezus dit voor jou heeft gedaan, ben je in staat dit voor andere mensen te doen. Ben jij er klaar voor?

Er zijn twee dingen die je moet doen wil dit gaan gebeuren. In de eerste plaats heb je een bad nodig. Bedenk dat Petrus tegen Jezus zegt dat Hij zijn dan ook maar zijn hoofd en handen moest wassen, maar dat Jezus zegt dat hij al schoon is. Als je christen wordt, krijg je een bad: je wordt gerechtvaardigd door geloof. Je hebt niet steeds weer een bad nodig. Heb jij al een bad gehad? Heb jij jezelf al op die manier aan Christus gegeven?

In de tweede plaats: als je een bad gehad hebt, als je gerechtvaardigd bent in Jezus Christus, heb je elke dag Jezus nodig om je voeten te komen wassen. Je hebt geen heel bad meer nodig, maar je hebt het wel nodig dat Hij dagelijks je voeten wast. Kom je elke dag bij Hem om je voeten te laten wassen? Van daaruit ben je ook in staat om uit liefde de voeten van andere mensen te wassen.

maandag 4 februari 2013

Zoektocht naar God


Zoektocht naar God
Search for God
Tim Keller

Gehouden op zondag 4 oktober 1998
Ex. 3:1-14 Mozes bij de brandende braamstruik
Te beluisteren in het Engels op: http://sermons2.redeemer.com/sermons/search-god

Samenvatting

We hebben allemaal behoefte aan een 'brandende braambos, een brandende struik'. Zo’n ‘brandende braambos’ verstoort ons leven en laat ons stevig nadenken over onze paradigma’s*, onze denkpatronen over God. Als we God ontmoeten zien we dat hij zowel absoluut heilig is als liefdevol. Hij spreekt tot ons door Christus, die voor ons verteerd werd in het vuur.

* Paradigma´s zijn denkpatronen die je ondersteunen de werkelijkheid, zoals jij die ervaart, te begrijpen en verklaren, door de realiteit te kaderen. Men spreekt van een nieuw paradigma of een paradigmaverandering wanneer men op een geheel nieuwe wijze gaat denken over oude onderwerpen.

Exodus3:1- 10
Mozes was gewoon de schapen en geiten van zijn schoonvader Jetro, de Midjanitische priester, te weiden. Eens dreef hij de kudde tot voorbij het steppeland, en zo kwam hij bij de Horeb, de berg van God. 2 Daar verscheen de engel van de HEER aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd. 3 Hoe kan het dat die struik niet verbrandt? dacht hij. Ik ga dat wonderlijke verschijnsel eens van dichtbij bekijken. 4 Maar toen de HEER zag dat Mozes dat ging doen, riep hij hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’ ‘Ik luister,’ antwoordde Mozes. 5 ‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de HEER, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig. 6 Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken.
7 De HEER zei: ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is, ik heb hun jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord, ik weet hoe ze lijden. 8 Daarom ben ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden, en om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te brengen, een land dat overvloeit van melk en honing, het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten. 9 De jammerklacht van de Israëlieten is tot mij doorgedrongen en ik heb gezien hoe wreed de Egyptenaren hen onderdrukken. 10 Daarom stuur ik jou nu naar de farao: jij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden.’
11 Mozes zei: ‘Maar wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’ 12 God antwoordde: ‘Ik zal bij je zijn. En dit zal voor jou het teken zijn dat ik je heb gestuurd: als je het volk uit Egypte hebt weggeleid, zullen jullie God bij deze berg vereren.’
13 Maar Mozes zei: ‘Stel dat ik naar de Israëlieten ga en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft, en ze vragen: “Wat is de naam van die God?” Wat moet ik dan zeggen?’ 14 Toen antwoordde God hem: ‘Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: “IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd.”’

Preek
Zelfs in een wereldse stad als New York City is, is het momenteel acceptabel om op zoek te gaan naar spiritualiteit. Het wordt geaccepteerd als je zegt dat je een spirituele zoeker bent. Ga eens naar een grote boekhandel en kijk bij alle non-fictie boeken. 25% van de boeken die je daar in één oogopslag ziet liggen heeft iets te maken met God, met spiritualiteit, met je ziel. Voorbeeld van een titel: ‘Cyber Grace, searching for God in a digital age’ (Zoeken naar God in het digitale tijdperk). En nog één: Beside still waters, Searching for meaning in a age of doubt” ( Aan stille wateren, zoeken naar betekenis in een eeuw vol twijfel). Als je deze boeken leest valt er iets op. De schrijvers van die boeken zijn enorm tegenstrijdig. Wat is er dan zo tegenstrijdig?  Zo’n 10, 20 jaar geleden was het voor een modern mens niet acceptabel en werd het niet gerespecteerd om te zeggen dat je een spirituele zoeker was. Nu krijg je daar juist heel veel respect mee. Het is juist nobel en het getuigd van innerlijke wijsheid om dat toe te geven. Maar als je die boeken leest wordt het wel gerespecteerd als je zegt dat je zoekt, maar niet als je zegt dat je iets hebt gevonden. Geen enkel boek dat op die tafels ligt in de boekhandel heeft een titel als ‘God vínden in een eeuw vol vertwijfeling’ of ‘God vinden in het digitale tijdperk’. Over vinden hebben ze het niet.

Het intrigerende is dat ze heel hard zoeken maar een enorme angst hebben om te vinden.
Eigenlijk een heel akelige situatie. Je zou denken dat men er de voorkeur aan zou geven zowel niet te zoeken als niet te vinden.

Wat is de reden hiervoor? Mensen willen wel zeggen dat ze zoeken, maar willen niet vertellen dat ze God hebben gevonden. ‘Ik hoor niet bij de mensen die zeggen dat je ergens zekerheid over kan hebben’. Hoe komt dat? Veel spirituele zoekers zijn betrokken geweest bij religieuze instituten, zoals kerken of synagogen. Ze hebben een religieuze achtergrond. Ze hebben ondervonden dat in die religieuze instituten religieuze mensen trotser, hypocrieter, bozer, onzekerder, veroordelender zijn en dat er meer ruzies, trots, haat en ga zo maar door, zijn dan buiten die religieuze instituties. En religieuze mensen zeggen dat ze God hebben gevonden en daar willen de zoekers juist niet meer bij horen.

Ik geef toe dat er in religieuze instituten meer boosheid, ruzie, misbruik, hypocrisie is dan daarbuiten. Daarom is het ook goed begrijpbaar dat mensen die zoekende zijn zeggen dat ze geen zin hebben in de zelfgenoegzaamheid van de religieuze mensen. Op die manier hoeft het van hen niet. Er zit een groot gat tussen hun diepe spirituele leegheid en die zelfgenoegzaamheid

Is er een uitweg? Ja! Eerst moet je een denkfout onderkennen. Een illustratie: verbeeld je de situatie van Jan met de Pet, die op maandag dronken wordt door gin met soda water te drinken, op dinsdag van wodka met soda water, op  woensdag wordt hij dronken van whisky met soda water. Wat maakt hem dronken? Da’s duidelijk, steeds dezelfde factor: soda water. Natuurlijk niet! In de kerk zijn er allemaal mensen die zeggen dat ze God hebben gevonden. Maar de associatie daarmee betekent niet dat het de oorzaak ervan is. Als iemand zegt dat hij God heeft gevonden wil dat niet zeggen dat zijn wellicht veroordelende houding wordt veroorzaakt door dat hij God heeft gevonden. Dat is de denkfout. Het kan zijn dat je gaat inzien dat er iets anders kan zijn dat die zekere houding van die gelovigen bepaalt. Als je dat kan erkennen, als je die denkfout inziet, kun je open staan voor het boek dat jou het beste iets kan vertellen over God. Dat is de bijbel, waarin je God kunt leren kennen en waarin je Hem kunt hem vinden. Je hoeft in de bijbel niet alleen te zoeken naar God, je kunt hem daarin ook vinden! En het gedeelte waar de preek over gaat, waarin Mozes God vindt, is heel belangrijk. Het bevat alle basis principes hierover. Je ziet drie dingen, maar eigenlijk gaat het steeds over hetzelfde punt, maar we kijken er steeds dieper naar.


1. De brandende struik is een gebeurtenis die Mozes van zijn normale werkzaamheden afleidt, het onderbreekt hem daarin.
2. Als hij dichterbij komt ziet hij dat het een onhandelbare kracht heeft
3. En nog dichterbij ziet hij een brandende engel in het midden van de struik.


Als je door deze drie punten heen gaat, dan ga je de stadia door om God te vinden. Jij moet dezelfde drie dingen ervaren.

1. De brandende struik is een afleidende plek.
Wat bedoelt hij met afleiden, onderbreken? Merk op wat er in vers 3 en 4 wordt gezegd:

Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd. Hoe kan het dat die struik niet verbrandt? dacht hij. Ik ga dat wonderlijke verschijnsel eens van dichtbij bekijken. Maar toen de HEER zag dat Mozes dat ging doen, riep hij hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’ ‘Ik luister,’ antwoordde Mozes.

De vertaling van ‘ik ga van dichtbij bekijken’ laat niet meer goed zien dat er in de oorspronkelijke tekst staat ‘zich afwenden van’, ‘buiten de gebaande paden gaan’, ‘van de hoofdweg afgaan’. Wat was Mozes aan het doen? Hij was zijn kudde aan het weiden, hij was bezig met zijn gewone leven. En als er niet iets was gebeurd waardoor hij van zijn gewone werk was afgeleid, was hij nooit met zijn zoektocht naar God begonnen. Hij had niet besloten vandaag op zoek te gaan naar God. Iets moest hem afleiden, zijn gewone leven onderbreken, hem van zijn gebaande pad afhalen. De bijbel zegt ons dat wij in het gewone leven te druk zijn en dat het gewone leven ons er afkering van maakt om naar God te zoeken.

Wat wordt hiermee bedoeld? Het boek ‘Brieven uit de hel’ van C.S. Lewis is een grappig, snel te lezen boek. Het is fictie en gaat over een senior-duivel, Schroefstrik, die brieven schrijft naar zijn neefje Galsem, een junior-duivel, die nog veel moet leren in hoe hij mensen moet verleiden. Schroefstrik geeft hem allerlei adviezen. Eén van zijn adviezen is te zorgen dat de mens zich niet gaat richten op andere dingen dan het gewone leven. De beste manier voor Galsem om ervoor te zorgen dat zijn ‘patiënt’ niet in de handen valt van de ‘Vijand’ (Jezus) is ervoor te zorgen dat hij niet gaat nadenken. Citaat van p. 23, 24:

‘Het gevaar van argumenteren is, dat het de strijd verlegt naar het eigen terrein van de Vijand. Hij kan ook redeneren, terwijl Hij toch op het gebied van werkelijk praktische propaganda, zoals ik die voorstel, nu al eeuwen lang ver de mindere is gebleken van Onze Vader Beneden. Juist door redeneren maak je het denken van een pateint wakker en als het eenmaal ontwaakt is, wie kan dan vooruit zeggen, wat de gevolgen zijn? (…) Ik heb een patiënt gehad, een atheïst van het zuiverste water, die de gewoonte had om in het Britse Museum te gaan lezen. Op een goede dag, toen hij er weer zat, zag ik zijn gedachtegang een verkeerde wending nam. Natuurlijk was de Vijand ogenblikkelijk aan zijn zijde. Ik zag mijn arbeid van twintig jaar al wankelen. Als ik mijn hoofd verloren had en met hem was gaan redeneren, zou ik het loodje hebben gelegd. Ik deed onmiddellijk een beroep op dat deel van de man, waar ik het best vat op had en hield hem voor dat het net zo ongeveer tijd voor koffiedrinken was. Blijkbaar stelde de Vijand daartegenover dat dit belangrijker was dan koffiedrinken. (…) Toen ik zei: ‘Precies, inderdaad veel te belangrijk om aan het eind van de morgen af te doen’ leefde de patiënt zichtbaar op, en toen ik er aan had toegevoegd: ‘Veel beter om na de koffie terug te komen en er fris aan te beginnen’ was hij al halverwege de deur. Toen hij eenmaal op straat was, was de slag gewonnen.’

Wij gaan nooit op zoek naar God als we te druk zijn met het gewone leven. Allerlei zintuiglijke ervaringen houden ons ervan af ons af te vragen waarom we nou eigenlijk zo druk zijn, waar we nou eigenlijk mee bezig zijn. Hoe worden we vervuld door die drukte, wat is het doel ervan? Die vragen stellen we ons zelf niet, want we zijn te druk met het gewone leven. Iets moet ons uit dat gewone leven halen, dat doen we nooit vanuit onszelf. Iets moet ons van de gebaande paden afleiden. Zo niet, dan blijven we eraan vast zitten.
En wat is dat dan, wat ons moet afleiden en van de weg af moet leiden, zoals bij Mozes? Een brandende struik! Wat is voor ons een brandende struik? Het is iets dat in tegenspraak is met het model van de werkelijkheid dat jij in je hoofd hebt. Het moet iets zijn dat de vaste gedachten die jij vanbinnen hebt over hoe de dingen moeten gaan met een knal uit elkaar doet spatten. Een paradigma bom!

Ik zal uitleggen hoe een brandende struik werkt: als ik geloof dat ‘dit en dat’ waar is, kan ‘dit en dat’ niet gebeuren. Maar als het wel gebeurd, kan ‘dit en dat’ niet waar zijn.

Als jij iemand bent die alleen in het hier en nu geloofd en niet in het bovennatuurlijke, wat is dan jouw brandende struik? Het tegenovergestelde daarvan: want een struik die in brand staat wordt verteerd door de hitte, maar deze struik staat in brand en verteerd toch niet. Dat betekent dat er iets meer is in het leven dat een realiteit is. De brandende struik is een paradigma bom. Het is dus iets dat de gewone realiteit tegenspreekt. Er gebeurt iets waarvan jij dacht dat het niet kan gebeuren. Er is dus blijkbaar meer dan jij je voorstelde. Je realiteit verandert. Denk hierover na en stel je zelf er vragen over.
Op wat voor manieren kun je een brandende struik tegenkomen? Op heel veel verschillende manieren. Maar realiseer je dat je uit dit Bijbelgedeelte leert dat je God niet vindt door op een dag heel abstract te zeggen dat het nu wel eens tijd voor je is om God te vinden, je bent al 53…Dat zal nooit gebeuren. Je zit vast in de stroom van het gewone leven, tot je van je weg wordt afgehaald door bijvoorbeeld één van deze dingen:

1. Een onverklaarbaar mens. Een voorbeeld hiervan vertelde een vrouw die Redeemer kwam. Ze werkte voor een tv zender. Op een dag had ze een groet fout gemaakt die haar haar baan kon kosten. Maar haar baas nam haar schuld voor zijn rekening. Zijn baan stond niet op de tocht als hij zo’n fout maakte, de hare wel. Ze was daar heel verbaasd over. Ze had al heel wat bazen gehad die haar van van alles de schuld gaven. Maar ze had nog nooit een baas gehad die de schuld bij haar wegnam. Ze vroeg aan hem waarom hij dat nou deed, maar hij hield de boot een beetje af, maar toen ze bleef aandringen naar wat zijn beweegredenen waren zei hij uiteindelijk dat hij christen was. Ze vroeg hem wat dat er nou mee te maken had. Hij legde uit dat in zijn geloof zijn God Zijn schuld op zich had genomen en dat hij daarom nu de schuld voor andere mensen op zich kon nemen. Dit was voor haar een paradigma bom. Want in haar hoofd waren religieuze mensen juist mensen die iedereen beschuldigen, want dat waren de mensen die zijn tot dan toe alleen maar had ontmoet. Ze had nog nooit meegemaakt dat een religieus mens je schuld wegnam in plaats van je een schuld gevoel te geven. Tot haar baas haar schuld op zich nam en ze met hem in gesprek kwam en vroeg waar hij naar de kerk ging. Dat was Redeemer.

2. Een onverklaarbare rij gedachten. Veel spirituele zoekers beginnen na te denken over dat er meer moet zijn in het leven. Ze denken na over de implicaties van wat het betekent seculier te zijn, dat er geen leven na dit leven is, dat alleen de natuurlijke wereld reëel is. Is alles er per ongeluk? Is alles biologisch en chemisch te verklaren?  Jack Miles schreef in 1997 een artikel in de New York Times onder de titel: Religion makes a comeback, beliefe to follow’ (http://www.nytimes.com/1997/12/07/magazine/faith-is-an-option-religion-makes-a-comeback-belief-to-follow.html?pagewanted=all&src=pm). Hij zegt dat voor seculiere mensen er geen absolute moraal is. Als zijn visie op de wereld en het leven waar is, zegt hij, dan kunnen er geen absolute waarden zijn over wat mooi, rechtvaardig, goed is. Maar hij concludeert dat die er wel zijn. Hij ziet dat hij een moreel goed leven moet leiden al geeft zijn seculiere mening hem daar geen basis voor.

Deze man zit dus niet meer onder de controle van Schroefstrik, want hij is aan het nadenken!
En het betekent dat alles waar hij nu over aan het nadenken is een brandende struik is. Hij zegt ook dat als zijn aannames leiden tot gedachten die niet waar zijn, hij zijn aannames moet veranderen. Er is een God!

3. Onverklaarbare problemen. Wat wordt er mee bedoeld dat problemen een ‘brandende struik’ kunnen zijn? Vooral in een stad als New York zijn veel jonge mensen met goede opleidingen, die alles in de hand lijken te hebben, die heer en meester over hun eigen leven lijken te zijn. Kom maar op wereld, ik ben er klaar voor! Het paradigma dat hier achter zit is: "Als ik hard werk, als ik me wijs en voorzichtig gedraag en goed mijn best doet, ben ik in staat om mijn leven te hanteren ". Het leven is beheersbaar.

O nee, dat is het niet. Eerst zie je jezelf als iets dat groot is en de problemen als iets dat klein is. Tot er echte problemen op je pad komen en je je heel klein en nietig voelt. De problemen zijn dan jouw brandende struik. Jouw idee dat jij je eigen leven kunt beheersen wordt te niet gedaan. De meeste mensen denken op die manier, totdat ze te maken krijgen met problemen. Je kunt je eigen Redder niet zijn. Je kunt je eigen Heer niet zijn.

4. Een onverklaarbare leegte. Tim Keller haalt een schrijfster aan, Cynthia Heimel, die in een column beschreef dat de rijke, beroemde en succesvolle mensen die ze tegen kwam vaak zo depressief en boos zijn. Zij zegt in haar column dat als God een wrede grap met je uit wil halen, hij je diepste wens moet vervullen. Je voelt je daarna dus niet gelukkig, al had je gedacht van wel. Je had gedacht dat dan je leven geweldig zo zijn, maar het gebeurt niet. En als een resultaat van die ervaring zie je dat er een enorm vacuüm is in je leven. Hun paradigma over wat een geweldig leven is, is totaal vernietigd. Misschien is dit wel de krachtigste brandende struik die je tegen kan komen.

Je moet een brandende struik tegen komen, anders zul je God nooit vinden. Valt het je wel op dat zo’n ervaring nooit leuk is? Tenzij je baas jouw baan redt ;)

Maar als jij een brandende struik tegenkomt, want dat kan gaan gebeuren, wil je dan alsjeblieft van je gebaande weg afgaan? Wat houdt dat in?
Wat zou er gebeurd zijn als Mozes ’s avonds tegen zijn vrouw zou hebben gezegd: “ik zag een brandende struik, maar ja, ik moest op de schapen passen’? Dan zouden we nooit van Mozes hebben gehoord. Hij zou God niet hebben ontmoet, want hij ging verder met zijn gewone leven. Hij moest een stap opzij doen, hij moest er tijd in gaan steken. Dat geldt ook voor jou. Je moet gaan lezen, gaan nadenken, praten met mensen. Dat kost je tijd, dat moet wel.

Dit geldt niet alleen voor de zoekers onder ons, net zo goed voor mensen die al christen zijn. Deze boodschap is wellicht niet leuk voor je om te horen. Als jij meer van God wilt ervaren, meer van God wilt vinden, dan moet je dezelfde principes volgen, want dat is de manier waarop Hij zich laat vinden. De principes hoe je meer van God kunt vinden, zijn dezelfde principes hoe je überhaupt God kunt vinden. Daar zit geen verschil tussen. Als je doorgaat op je gewone weg van het dagelijks leven, kom je nooit tot een diepere ervaring van God. Tenzij er iets je leven binnenkomt dat je paradigma’s kapot laat knallen.

De reden dat we niet groeien en gelijkvormiger worden aan Christus is niet omdat we gewoon beter ons best moeten doen. Het komt altijd doordat ons verstaan en begrijpen van de het evangelie, van Jezus, van de bijbel onjuist is. We lezen het en denken dat we het snappen. We zeggen dat Jezus onze Redder is en zin geeft aan ons leven. Tot we tegenslag krijgen. Je dacht dat Hij de zin was van je leven, dat Hij jouw glorie was, dat je gered was door wat Jezus had gedaan en niet om wat jij zelf hebt gedaan. Maar dan komt er een paradigma bom die jouw gedachten opblaast en het helemaal niet zo blijkt te zijn. Jij dacht dat je God begreep, maar dan gebeurt er iets waarvan je zegt dat God zoiets nooit zou laten gebeuren. In jouw idee over God zou dat nooit gebeuren, maar het gebeurt wel. Een brandende struik! Dat betekent dus dat jouw mening, jouw zicht op God fout is. Het ligt niet aan God, maar aan jouw model van de werkelijkheid.

2. Als hij dichterbij komt ziet hij dat het een onhandelbare kracht heeft


Nadat Mozes van de weg was afgegaan, realiseerde hij zich dat God hem iets wilde zeggen. Veel mensen stappen wel van de weg, maar horen God niet. Je hebt maar een kleine tegenstrijdigheid ten opzichte van je eigen denkbeelden nodig om al te beginnen met zoeken. Maar om zeker te weten of je op de goede weg zit om uiteindelijk God te vinden, moet je kijken naar een grote tegenstrijdigheid. Kleine tegenstrijdigheden leiden tot grote tegenstrijdigheden. Als je dit hebt gevoeld, hier mee hebt geworsteld, kun je de levende God gaan ontmoeten.
De brandende struik was een kleine tegenspraak in het leven, vergeleken deze tegenspraak God roept Mozes:

Mozes! Mozes!’ ‘Ik luister,’ antwoordde Mozes. ‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de HEER.

Dit is een enorme tegenspraak in zichzelf en ik zal je uitleggen waarom.
Aan de ene kant zegt God: ‘Mozes, Mozes’. In het Hebreeuws betekent het twee keer zeggen van een woord emotionele intensiteit, heftige relatie. Bijvoorbeeld als David zegt in 2 Samuel 19:1:

Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Was ik maar dood in plaats van jij! Absalom, mijn zoon, mijn zoon!

Of Jezus tegen Marta in Lucas 10:41:

‘Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk

Het dubbel uitspreken van een naam betekent dus een emotionele intensiteit en duidt een diepe relatie aan. Het betekent altijd: ‘ik wil een relatie met jou’, het betekent liefde.
God zegt dus eigenlijk tegen Mozes, als hij dichterbij komt: “Ik wil je dichtbij me hebben, ga weg!”. Kom dichterbij- stop! Doe je schoenen uit, dit is heilige grond.
Wat gebeurt hier? Aan de ene kant zegt God dat Hij een heilig God is. Dat is de reden waarom God een God van vuur is. Vuur betekent heiligheid, rechtvaardigheid, majesteit. Vuur betekent: ‘Ik ben die Ik ben, en niet wie jij wilt dat ik ben’. Mozes vraagt naar Gods naam. En God zegt niet: “Ik ben die jij graag wilt dat ik ben.” God zegt: “Ik ben die ik ben.”


Als zijn naam was ”Ik ben die jij wilt dat ik ben’ zou het geen vuur zijn geweest in de struik, maar klei, waar mee je kunt doen wat je wilt.
Dit is wat mensen steeds aan het doen zijn. Ze zeggen dat ze het prima vinden dat ik mijn God heb omdat Hij bij mij past. Maar ik zoek een geloof dat de waarheid is voor mij. Ze willen geen christen worden want dan moeten ze dit en dat doen en daar hebben ze geen zin in , dus worden ze geen christen. Dat is een klei-god, nie teen God van vuur.
Je zoekt dan een god die gevormd kan worden zoals jij dat wil. Klei wordt gevormd door degene die het aanraakt, maar vuur vormt degene die het aanraakt.
God zegt, dat als je de echte God wilt leren kennen, je te maken krijgt met dingen die je niet zou willen horen. Als je echt op zoek bent naar God, dan moet je er rekening mee houden dat je dingen gaat horen die je niet wilt horen. Als mens zeg je dat jij weet wie jij bent, zelfs zonder dat je Hem kent. ‘Ik heb God nooit ontmoet, maar ik weet wat ik nodig heb, wat mijn behoeften zijn’. Hoe kun je dat zeggen voor je God hebt ontmoet? Als God de schepper is, hoe kan je als mens dan zeggen dat je je eigen leven wel vorm geeft, zonder dat je de schepper kent of wilt kennen? Dit betekent dat je je zoektocht naar God niet eens kunt beginnen, zonder eerst je schoenen uit te trekken. God zegt niet: “Ik wil je ontmoeten en daarna moet je je schoenen uit doen.’ Je moet als eerste je schoenen uit doen, als je Hem wilt ontmoeten. Wat dat betekent is dat je moet zeggen: ‘God als u er bent, ben ik bereid dingen te doen die ik niet leuk vind.’ Als je dat niet bereid bent te zeggen, zoals de meeste moderne mensen, maar je zegt wel op zoek te zijn naar God, dan ben je niet op zoek naar de echte, levende God. De realiteit ontstaat niet doordat jij bepaalt hoe die realiteit eruit ziet. Jij bepaalt de realiteit niet. De realiteit is van zichzelf, jij kunt die niet veranderen. Ook al zou je zakken met geld krijgen en 24 uur per dag trainen, dan nog wordt je niet zo maar een professionele voetballer. Dat is nou eenmaal de realiteit. Als iemand naar je toekomt en zegt dat hij je wil leren kennen en jij vindt dat goed en dan hij zegt dan dat hij het leuk vindt om aan jouw te denken als een veeleisend, dominant persoon, dan word je boos. Want hij wil helemaal niet weten wie jij bent. Je kunt me niet leren kennen door te zeggen hoe jij over mij wilt denken.
Als je zegt dat je geen God wil vinden die dit of dat doet, dan wil je God niet leren kennen zoals jezelf wel door iemand gekend zou willen worden.
Zonder je schoenen uit te trekken en te erkennen dat je een God wil leren kennen die dingen van je kan vragen die je niet wilt horen, kun je de zoektocht niet beginnen. Je kunt de zoektocht niet objectief beginnen in de hoop God ergens te vinden. Je moet beginnen met zeggen: ‘God, als u er bent, ben ik bereid om ermee in te stemmen dat U heilig bent, dat u vuur bent’.

Het kan heel goed zijn dat je op dit punt zegt dat je helemaal niet zo’n God wilt hebben.
Als je dat afstoot, bedenk dan dat dezelfde God die tegen Mozes zegt stil te blijven staan omdat Hij heilig is en je niet zomaar naar Hem toe kunt lopen, die zegt dat je bereid moet zijn je over te geven als je Hem wilt vinden, is ook de God die zegt: ‘Mozes, Mozes!’ Vul daar dan eens je eigen naam in. Hij wil dichtbij komen! Hij wil een deel zijn van jou. En dat is weer zo’n tegenspraak. Hij wil zijn heiligheid in jou. Hij is liefde, majesteit en heiligheid, hoe kan dat ooit in mij komen! Zie je wat hier de brandende struik is? De brandende struik vormt het hart van de bijbelse geloof: Hij is én heilig én liefdevol. Het een sluit het ander niet uit. Hij is zelf een brandende struik. Veel mensen weigeren er naar te luisteren wie Hij echt is. Religieuze mensen zeggen dat Hij een heilig God is en dat je door goed je best te doen in de hemel kunt komen. Zij omarmen wel Gods heiligheid, maar niet zijn liefde en dat is de reden waarom veel mensen niet van hen houden. Daarom hebben zij niet een God waar ze van genieten, maar die hen zal oordelen. Zij hebben ook niet een God waar ze echt gepassioneerd van raken, want hun God is een God van controle. Hun God is geen God van vuur, maar een God bij wie je de hemel zelf kunt verdienen.

Aan de andere kant zijn er mensen die niet naar Zijn heiligheid kijken, maar alleen naar zijn liefde. Ze houden van het idee dat God hen gewoon accepteert. En dat is ook geen God van vuur. Dat is een sentimentele God. Daar raak je ook niet gepassioneerd van. Er is pas vuur als beide kanten er zijn. De echte God is een vurige God die zegt dat Hij een relatie met je wil hebben.
Dat is de reden dat Jezus zegt in Lucas 7:32

“Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen, toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet treuren.”

Het christelijke geloof is veel meer optimistisch dan pessimistisch. God is de heilige God die van uit de hemel naar de aarde komt. Hij is liefdevoller, genadiger en veeleisender dan goden in andere religies. Geen andere god is zo heilig dat hij van je vraagt perfect te zijn, anders kom je niet in de hemel. God zegt dat in de bijbel. Maar aan de andere kant is er geen enkele religie waarin God naar de aarde neerdaalde. En dat is de oplossing! De kleine tegenspraken brengen je bij God, de grote tegenspraak staat dan voor je. Ga daar niet bij weg! Ga niet bij Hem weg, wat Hij ook zegt.

3. En nog dichterbij ziet hij een brandende engel in het midden van de struik.
Hoe kan die heiligheid in je leven komen? Het antwoord is dat in het midden van de brandende struik een engel is. Nee, niet EEN engel. Heel belangrijk om dat te onderscheiden in het OT. Elke keer dat in het OT mensen EEN engel proberen te aanbidden, zegt hij dat ze daarmee moeten stoppen, omdat hij ook een schepsel is, net als de mens zelf. In het OT is er een heel mysterieus figuur die DE engel van de Heer genoemd wordt. In de tekst in vers 2:

Daar verscheen de engel van de HEER aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde.

Ook dit lijkt een tegenspraak te zijn: de engel verscheen in het vuur en God sprak tot Mozes. God of engel? Hoe krijg je dat bij elkaar? Dat kan doordat de Heer door de engel sprak. Er was een mediator, een bemiddelaar in de struik. Er was een engel in de struik en God sprak uit de struik, door de middelaar. Die middelaar lijkt een mysterieus figuur die omhuld werd door de rook van het vuur. Waarom was dat zo? Het antwoord kennen we. In het OT maakt God duidelijk dat de manier waarop je kunt leven met een heilige God en een persoonlijke relatie met Hem kunt hebben, is door de tussenkomst van iemand of iets dat jou vervangt en voor jou straf op zich neemt. Daarom zijn er steeds weer offers gebracht, in het vuur van Gods heiligheid. Als je schuldig was ergens aan, moest je een offer brengen en om vergeving vragen. Er moest iets vervangend worden gedood worden en verbrand worden in het vuur. Maar het Nieuwe Testament vertelt ons waarom dat zo is. Er was één Iemand die met één offer het vuur in ging. Hij werd verteerd, zodat wij niet hoefden te worden verteerd. En omdat Jezus Christus werd verteerd door de heilige woede van God, is het voor ons mogelijk zelf brandende struiken te worden. Weet je wat een brandende struik is? Dat is dat je de heiligheid van God in je hebt, maar die heiligheid vernietigt je niet. Weet je wat dat betekent? Een christen is iemand die gevuld is met kracht, met schoonheid. In feite is er geen betere illustratie van wat Maarten Luthers het hart van het evangelie noemt: ‘simul justus et peccator’( tegelijk rechtvaardig en zondaar).  Als je christen wordt, omdat je gelooft dat Jezus Christus voor  je is gestorven, ben je tegelijk gerechtvaardigd en zondaar. Gelijktijdig ben je mooi, maar ook een struik. Weet je, je bent geen reuzensequia, zo’n gigantische mammoetboom als je net een christen bent. Je bent dan een brandende struik, je bent nog een zondaar. En toch krijg je deel aan de rechtvaardigheid van Jezus en ben je gevuld met de schoonheid van Jezus. En je kunt alleen veranderen in een gepassioneerd persoon met een brandend hart als je ziet dat God niet slechts een God is van waarheid óf van liefde, maar als je ziet dat de wet door Jezus is vervuld. En het woord dat daar het best bij past is: herscheppen. Een slaaf wordt herschapen in een kind, en plicht in keus. Snap je?

Laat de kleine tegenstrijdigheden je voortdrijven naar de grote tegenstrijdigheid. En blijf daar dan bij stil staan. Als dit de eerste keer is dat je deze boodschap hoort, dan vat je het vast nog niet in één keer. Zo duidelijk was ik niet ;) Maar alsjeblieft, ga van de gebaande paden af. En christen-vriend, realiseer je dit: als jij het nodig hebt dat jouw struik weer in brand gaat, ga terug naar Jezus en kijk naar wat hij heeft gedaan. Ga terug en zie hoe hij verteerd werd door het vuur. Ga terug en bedenk dat Hij brandde en verteerd werd zodat jij kan branden zonder verteerd te worden door de heiligheid van God. Als je Hem ziet in de brandende struik kun je een brandende struik worden die niet wordt verteerd.


Gebed

We vragen u, Vader, om ons te helpen deze dingen toe te passen. Velen van ons lijden en daar worden we mopperig van. We worden er zo zat van, in plaats van dat we inzien dat u deze dingen gebruikt om ons van onze gebaande paden weg te leiden. Met alle tegenstrijdigheden wilt u ons naar het hart brengen van de grote tegenstrijdigheid, dat is dat de wet werd vervuld door uw liefde, in Jezus Christus. We vragen u of u ons hart wil veranderen door deze dingen en of u ons wilt helpen ze toe te passen in ons leven door Jezus. In zijn naam bidden wij u dit. Amen.