maandag 21 januari 2013

Een tegencultuur van genade


Een tegencultuur van genade
A Counter-Culture of Grace
Lezen: Jakobus 3: 18 - 4: 1-12
Door Tim Keller gehouden op 10 januari 2010
In het engels te beluisteren op: http://sermons2.redeemer.com/sermons/counter-culture-grace

Samenvatting

Wanneer de boodschap van het Evangelie van Christus wordt ontvangen, creëert het potentieel voor de soort gemeenschap waar we naar verlangen. Maar in het algemeen lukt het ons niet zo’n gemeenschap te realiseren.  Wat zijn de belemmeringen voor zo’n soort gemeenschap en hoe kunnen we die belemmeringen overwinnen?

Extra bijbelse verwijzingen in deze preek zijn: Hebreeën 3:13, Romeinen 15:14, Romeinen 12:9; Johannes 17:20-24, Romeinen 15:1-3, Mattheüs 27:46.

Bijbeltekst
Jakobus 3: 18 - 4: 12

18 Waar in vrede wordt gezaaid, brengt gerechtigheid haar vruchten voort voor hen die vrede stichten.

Onderwerp u aan God

1 Waar komt al die strijd, waar komen al die conflicten bij u toch uit voort? Is het niet uit de hartstochten die strijd leveren in uw binnenste? 2 U verlangt naar iets, maar krijgt het niet. U bent jaloers en moordlustig, maar bereikt uw doel niet. U bekvecht en twist met elkaar. U krijgt niets omdat u niet bidt. 3 En als u bidt ontvangt u niets, omdat u verkeerd bidt: u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen. 4 Trouwelozen! Beseft u dan niet dat vriendschap met de wereld vijandschap jegens God betekent? Wie bevriend wil zijn met de wereld, maakt zich tot vijand van God. 5 Denk toch niet dat dit loze woorden zijn in de Schrift: ‘Hij die ons het leven gaf, maakt er vurig aanspraak op; 6 maar de genade die hij schenkt is nog groter.’ Daarom staat er: ‘God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade.’ 7 Onderwerp u dus aan God, en verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten. 8 Nader tot God, dan zal hij tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars. 9 Weeklaag, wees treurig en laat uw tranen vloeien. Laat uw lachen veranderen in droefheid en uw vreugde in somberheid. 10 Verneder u voor de Heer, dan zal hij u verheffen.

11 Spreek geen kwaad van elkaar, broeders en zusters. Wie kwaadspreekt van een ander of een ander veroordeelt, spreekt kwaad van de wet en veroordeelt de wet. En als u de wet veroordeelt, handelt u niet naar de wet, maar treedt u op als rechter. 12 Er is maar één wetgever en rechter: hij die bij machte is te redden of in het verderf te storten. Maar wie bent u, om uw naaste te veroordelen?

Preek
Het boek jakobus is een heel praktisch boek. Het vraagt aan je: als je echt het evangelie van Jezus Christus gelooft, wat voor soort leven zal dat dan tot gevolg hebben, wat voor praktijk zul je dan zien? En specifieker: wat voor soort gemeenschap creëert het, als mensen in het evangelie geloven?
In deze tekst wordt het vormen van een gemeenschap op de voorgrond gezet.
Het gaat in deze tekst over:

  1. Het belang van een gemeenschap tussen mensen die in Jezus Christus geloven
  2. Wat de belangrijkste barrières zijn om tot zo’n gemeenschap te komen
  3. Hoe doorbreek je die barrières?
1.      Het belang van een gemeenschap tussen mensen die in Jezus Christus geloven

Het belang van een gemeenschap wordt direct in het begin van de tekst benadrukt. Wellicht valt het je in eerste instantie niet eens op. Kijk in vers 18:

“Waar in vrede wordt gezaaid, brengt gerechtigheid haar vruchten voort voor hen die vrede stichten.”

Woorden hebben vaak een brede betekenis. Het woord gerechtigheid, een van de belangrijkste woorden in de bijbel, betekent: recht zetten. Als je rechtvaardig bent, dan zet je iets recht. In sommige gedeelten van de bijbel betekent het ‘recht zetten met God’. Een rechtvaardig persoon betekent dan dat je recht voor God kan staan, dat je vergeving hebt. Op andere momenten heeft het woord rechtvaardig, een rechtvaardig mens, te maken met de relaties met de mensen om je heen, je buren en vrienden. Dat je rechtvaardig leeft, integer, met liefde.

Als Jakobus het woord rechtvaardig gebruikt, bedoelt hij beide betekenissen. Hij gebruikt de volledige lexicale betekenis van het woord: rechtvaardig staan voor God en rechtvaardige relaties hebben met andere mensen. Hij bedoelt er alles mee wat de Heilige Geest in jouw leven kan doen. Elk deel van je leven wordt gekenmerkt door rechtvaardigheid: je relatie met God, met jezelf, met anderen. Daarom is dit vers, vers 18, zo belangrijk. Hier vergelijkt Jakobus rechtvaardigheid, de super natuurlijke karakterverandering, met een gewas. Om een gewas te krijg heb je zaad nodig, een gewas komt voort uit zaad. Wat is het zaad voor die karakterverandering? Vrede stichten! Vrede stichten in deze context betekent niet alleen maar vrede stichten tussen mensen, maar het creëren van eenheid, van een harmonieuze gemeenschap. Vers 18 zegt dus: je zult nooit veranderen, je leven zal nooit veranderen, God en de Heilige Geest zullen hun veranderingen niet in je leven bewerkstelligen, tenzij je sterk  betrokken bent op een gemeenschap vol vrede, harmonie en eenheid.

Hier moeten we wel over spreken. We leven in een heel geïndividualiseerde samenleving. En dat individualistische zit ook diep in ons, we zijn er in opgegroeid en mee vergroeid. Jij bepaalt zelf wie je bent en wie je wilt zijn. Maar allerlei andere maatschappijen in de wereld, allerlei sociologen en ook de bijbel zeggen dat dat niet waar is. Je bent in de basis het product van je familie, van je omgeving. Je bent in de basis het product van je naaste omgeving. Een voorbeeld: we willen het niet graag horen, maar volgens sociologen zijn je overtuigingen veel meer het product van relaties dan het gevolg van rationeel nadenken. Je hebt de neiging die overtuigingen te geloven, of je vindt overtuigingen het meest waarschijnlijk van mensen die jij graag mag, die je bewondert en die jou bewonderen. Het is bewezen, of je het wil geloven of niet, dat je overtuigingen gebaseerd zijn op relaties en niet op verstandig nadenken.

Nog een voorbeeld, ik zet je nog een beetje onder druk ;)
Op verschillende plaatsen in de bijbel zie je dat als iemand iets ergs doet, een grove zonde begaat, de hele familie wordt gestraft. En wij, in de moderne westerse cultuur, vinden dat afschuwelijk. Maar gezond verstand, de sociale wetenschap en vrijwel alle andere maatschappijen in de wereld zeggen dat het onmogelijk is voor een mens om op een goede manier op te groeien tenzij de familie de persoon daar de mogelijkheden voor geeft. Zowel op een positieve manier, door te laten zien hoe je goed moet handelen, als negatief, door bepaalde dingen in te houden die een mens wel nodig heeft. Alleen wij geloven dat niet.

Nog een bewijs dat we het product zijn van onze families, relaties is dat we als tiener heel hard roepen dat we nooit zo gaan worden als onze vader of moeder. ‘k ga het anders doen’! En als je twintiger bent geloof je die illusie nog steeds. Maar hoe ouder je wordt, hoe meer je merkt dat je net zo bent als de personen van wie je altijd hebt gezegd nooit zoals hem te willen zijn. Dat is nou eenmaal de manier waarop het gaat met mensen.

Nog een laatste voorbeeld.
In al die jaren dat Redeemer bestaat, zijn er al heel veel mensen geweest die zeggen dat hun leven veranderd is door Redeemer. Ze bedoelen ermee dat ze door het bezoeken van de kerkdiensten zijn veranderd. Maar let op. Er zijn veel mensen die zeggen dat hun leven veranderd is, maar hun leven is nog steeds hetzelfde als voorheen. Ze zijn niet veranderd. Ze worstelen nog met dezelfde zonden, dezelfde verzoekingen. Ze leven niet beter, ze vóelen zich beter dan voorheen. Hoe komt dat?

De bijbel zegt dat we anderen moeten eren, hun zorgen moeten delen, hun zonden moeten vergeven als ze tegen je hebben gezondigd…dat kun je hier in deze grote kerk helemaal niet doen! Hoe geïnspireerd je hier ook raakt, die dingen kun je hier niet doen. Misschien een klein beetje, maar hier kun je niet je zonden aan een ander belijden, elkaar terecht wijzen (Romeinen 15:14, hebr. 3:13), elkaar innig liefhebben (Rom. 12: 9), je bezittingen delen… al die dingen kun je hier niet doen. Dat komt omdat je hier niet in een gemeenschap bent maar in een aggregatie. Je wordt hier geïnspireerd, je voelt je beter, maar feitelijk wordt je hier geen beter mens. Want dat kan alleen binnen een gemeenschap gebeuren. Real life is meeting! Echt leven ontstaat door ontmoeting.

Je wordt beïnvloed door de mensen waar je binnen een gemeenschap mee omgaat, door samen te eten, te spelen, door samen te praten, raad te vragen en te geven, in levende lijve, face to face…in de gemeenschap waar je regelmatig bent, daar verander je en wordt je gevormd. Daarom is er geen karakterverandering mogelijk als je niet diep betrokken bent binnen een gemeenschap.

Dit is eigenlijk een heel pragmatisch aspect: wil je veranderen, maak deel uit van een gemeenschap. Maar er is ook een niet-pragmatisch aspect, een heel rpincipeel aspect waarom een gemeenschap zo belangrijk is. In de eerste vier verzen van de Bijbeltekst is iets verrassends te zien.  Het gaat daar over conflicten die er zijn. Waar komen die vandaan, vraagt Jakobus zich af. Hij is er van ontdaan dat er conflicten en gevechten zijn binnen de kerk. Er zijn dus twee manieren waardoor het je niet lukt om deel uit te maken van een christelijke gemeenschap. De eerste manier is door er gewoon geen één te zoeken, doordat je bijvoorbeeld te druk bent. En de andere manier is door te vechten, conflicten te zoeken.
Kijk wat er over die strijd uit vers 1 gezegd wordt in vers 4:

1 Waar komt al die strijd, waar komen al die conflicten bij u toch uit voort? Is het niet uit de hartstochten die strijd leveren in uw binnenste? 2 U verlangt naar iets, maar krijgt het niet. U bent jaloers en moordlustig, maar bereikt uw doel niet. U bekvecht en twist met elkaar. U krijgt niets omdat u niet bidt. 3 En als u bidt ontvangt u niets, omdat u verkeerd bidt: u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen. 4 Trouwelozen! Beseft u dan niet dat vriendschap met de wereld vijandschap jegens God betekent? Wie bevriend wil zijn met de wereld, maakt zich tot vijand van God.

Er wordt gesproken over ‘vriendschap met de wereld’. Dat is die strijd! En wat is ‘vijandschap jegens God’? Dat is de strijd. Weet je waarom?
In Johannes 17: 20-24, zegt Jezus als hij bidt tot zijn Vader:

20 Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. 21 Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden. 22 Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: 23 ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad. 24 Vader, u hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien die u mij gegeven hebt omdat u mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd.

‘Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden’. Weet je wat Jezus daarmee wil zeggen? Argument nummero één dat ik je geeft om de wereld te laten zien wie ik ben, is de schoonheid en de diepte van jullie liefde voor elkaar. En als het jullie niet lukt om deel uit te maken van een sterke christelijke gemeenschap, door onverschilligheid of door conflicten, is dat ‘vijandschap jegens God’. Je vertrapt daarmee het belangrijkste argument dat je hebt voor de wereld om te laten zien wie God is.

Dus: er zijn praktische én principiële redenen waarom gemeenschap zo belangrijk is, volgens de bijbel.

2.      Wat de belangrijkste barrières zijn om tot zo’n gemeenschap te komen?
In het Bijbelgedeelte worden twee barrières genoemd. De ene is de oorzaak waardoor er geen gemeenschap ontstaat en de andere is de oorzaak van die oorzaak ;). De ene is de directe oorzaak en de andere ligt daar nog weer onder.

De eerste oorzaak lees je in vers 2:

U verlangt naar iets, maar krijgt het niet.

Wat veroorzaakt strijd en conflicten, wat het gebrek aan gemeenschap? Je wilt iets…Dat lijkt nogal eenvoudig. Maar het Griekse woord voor ‘iets willen’ is ‘hedonai’, waar ons woord ‘hedonisme’ van is afgeleid. Dat betekent dat je jezelf een plezier doet. Je leidt een leven waarmee je jezelf een plezier doet. Jouw comfort, jouw gemak, jouw controle is belangrijker dan die van iemand anders. Jouw behoeften zijn belangrijker dan de mensen om je heen.

Wat ik nu ga vertellen klinkt heel simpel en eenvoudig en bekend. Misschien denk je wel: ‘ok, vertel me nu iets wat ik nog niet weet, iets belangrijks’. Maar dit is belangrijk. De essentie is dat jij jezelf een plezier doet en dat doe ik ook. Op honderden verschillende maniertjes zet ik elke dag mijn plezier, mijn comfort, mijn gemak boven dat van anderen. Dat is de reden waarom het ons niet lukt een gemeenschap te zijn.

Er zijn twee manieren om te leven, elke dag krijg je honderden gelegenheden om hieruit een keuze te maken:

  1. My life for yours, your needs above mine, mijn leven is voor jou, jouw behoeften zijn belangrijker dan die van mij.
  2. My life for me, my needs above yours, mijn leven is voor mij, mijn behoeften zijn belangrijker dan de jouwe
Een mooi voorbeeld waarin dit zichtbaar wordt zie je bij een kind. Geen enkel kind kan in leven blijven tenzij de moeder haar leven, haar behoeften voor dat kind aan de kant zet. Wij leven allemaal alleen maar door dat iemand deze principes heeft gevolgd. Jouw ouders hebben 18 jaar lang hun eigen leven, hun gemak, hun geld vaarwel gezegd. Het eerste principe, my life for yours, geeft leven. Maar weiger je uit dat principe te leven en gaat het jou om het tweede principe, dan sterf je een spirituele dood. Het is hemel of hel.

Honderd keer per dag heb je de keus vanuit welk principe je met de mensen om je heen wilt omgaan. Op basis van ‘mijn leven is voor mezelf’ zul je een irritant persoon negeren of ontwijken. Op basis van ‘mijn leven is voor jou’ zul je zo iemand sympathiek te gemoet treden en aandacht aan hem geven.

Het doden van je individuele behoeften leidt tot de opstanding van de gemeenschap. Als je je eigen behoeften aan de kant zet voor een ander voor een kort moment, zul je al een ‘dankjewel’ te horen krijgen. Op dat moment ontstaat er al gemeenschap! Want ‘dank je wel’ betekent ‘ik ben je dankbaar en erken je dienst aan mij’. Je hebt iets van je onafhankelijkheid afgelegd, er is een klein soort verbond ontstaan. Dat hoort bij de hemel. Niet bij de hel.

Denk aan het boek/ de film ‘Les Miserable’. Op het moment dat Valjean, aan het eind van het verhaal,  het leven spaart van Javier, ontvangt Javier genade. Valjean zet zijn eigen leven op het spel door Javier niet te doden. Maar Javier pleegt daarna zelfmoord! Hij kan niet leven met het idee dat er een verbond is ontstaan tussen hem en Valjean. Javier leefde vanuit het principe dat zijn leven van hemzelf was. Het stukje gemeenschap dat er ontstond paste daar niet bij. Hij verloor zijn onafhankelijkheid. Dat wilde hij niet, dus moest hij wel zelfmoord plegen.

In de hemel verliest iedereen zijn onafhankelijkheid. Iedereen is daar vol vreugde aan het dienen en zegt ‘dank je wel’ en iedereen wordt steeds gelukkiger. Maar in de hel zegt iedereen: ‘ik vraag niets van jou, jij ook niet van mij.’ Dat is de meest eenzame plek van het universum.
Zie je dat het breekpunt voor gemeenschap is dat jij jezelf wilt plezieren?! Dat is je levensprincipe. Dat is de oorzaak van de conflicten. Maar wat is de oorzaak van deze oorzaak?

De oorzaak van de oorzaak is trots.

Vers 6-10:

‘God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade.’ 7 Onderwerp u dus aan God, en verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten. 8 Nader tot God, dan zal hij tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars. 9 Weeklaag, wees treurig en laat uw tranen vloeien. Laat uw lachen veranderen in droefheid en uw vreugde in somberheid. 10 Verneder u voor de Heer, dan zal hij u verheffen.

De oplossing om het afbreken van de gemeenschap te voorkomen is nederigheid, want de oorzaak ervan is dus trots.

Jonathan Edwards schreef het boek ‘Thoughts on Revival’, één van zijn minder bekende boeken.  De reden dat hij het boek schreef was dat hij 2 of 3 opwekkingen mee maakte in zijn stad, waarbij de gemeenschap tussen mensen prachtig was, men hield van elkaar. Maar elke keer hield de opwekking geen stand door conflicten. Conflicten, gevechten, gebekvecht, oorlogsverklaringen, strijd, tegenstellingen lieten de opwekking sterven. Dus schreef hij het boek waarin hij beschrijft dat de oorzaak van deze strijd geestelijke trots is. Hij beschrijft wat geestelijke trots en geestelijke nederigheid is.

Hij geeft een lijstje van 6 punten waaraan je geestelijke trots en geestelijke nederigheid kunt herkennen.

  1. Geestelijke trots maakt je meer bewust van andermans fouten, terwijl geestelijke nederigheid ervoor zorgt dat je je meer bewust bent van je eigen fouten dan die van de ander.
  2. Als gevolg van nummer 1 zal een geestelijke trots persoon, als hij spreekt over de fouten van een ander, op een minachtende manier daarover spreken. Maar een nederig persoon zal, elke keer áls hij al spreekt over andermans fouten dat doen op een barmhartige, genadige manier.
  3. Trotse mensen scheiden zich af van mensen op wie ze kritiek hebben of van wie zij kritiek hebben ontvangen. Ze vermijden hen. Nederige mensen blijven verbonden met de mensen ook al verloopt de relatie moeilijk.
  4. Een trots persoon is dogmatisch op elk punt van het geloof. Ze kunnen geen onderscheid maken tussen belangrijke en onbelangrijke punten, want voor een trots persoon is elk punt dat hij gelooft belangrijk.
  5. Een trots persoon houdt ervan conflicten aan te gaan want hij wil winnen óf vermijdt juist de confrontatie omdat hij bang is voor het gevecht. Een nederig persoon confronteert alleen als het nodig is. Als je té veel houdt van confronteren of confronteren haat omdat je er bang voor bent, ben je niet nederig. Trotse personen confronteren te veel of te weinig, nederige mensen alleen als het nodig is.
  6. Een trots persoon is vaak ongelukkig en heeft medelijden met zichzelf. De reden daarvoor is dat ze vaak vervuld zijn met medelijden met zichzelf doordat
a.      Ze heel zeker zelf weten hoe het leven zou moeten verlopen

b.      Ze er zeker van zijn dat ze een goed leven verdienen

Nederige mensen zeggen dat ze het verdienen te worden afgewezen, maar dat ze alleen leven dankzij Gods genade. Hij weet wat het beste is voor mij. Hij heeft geen zelfmedelijden.

Terug naar de bijbel tekst. ‘Verneder u voor de Heer’, wat betekent dat? Kijk naar wat hierboven beschreven is over nederigheid. Nederige mensen spreken niet snel over andere mensen, maar als ze dat doen, doen ze dat respectvol en genadig, ook over hun fouten; ze blijven verbonden met mensen met wie ze een moeizame relatie hebben; ze zijn flexibel en niet rechtlijnig-dogmatisch; ze zijn niet bang om te confronteren, maar houden er niet van. Ze doen het voorzichtig want ze hoeven niet te winnen; ze hebben geen zelfmedelijden, lopen niet te klagen over hun leven.

Hoe doe je dit dan? Zie je dat waar arrogantie is, de vorm van trots die wij arrogantie noemen, dat dat een gemeenschap-doder is? Maar zie je ook dat de vorm van trots die wij ‘lage zelfwaardering’ noemen, dat dat ook een gemeenschap-doder is? Ja, je leest het goed. Er is een vorm van trots, die de bijbel trots noemt en die wij lage zelfwaardering noemen, die niet goed is voor de gemeenschap. Een persoon met een lage zelfwaardering is altijd met zichzelf bezig, met zijn falen, zijn verlegenheid, incompetentie, met hoe slecht hij is. Het gaat dan altijd over jezelf. Over het principe: ‘your life for me’. Je bent steeds op jezelf gefocust, over jezelf aan het nadenken. En dat doodt de gemeenschap, want het gaat niet om de behoeften van de ander, maar om die van jou. Zowel bij een meerderwaardigheidscomplex als bij een minderwaardigheidscomplex sta jij zelf centraal. Het gaat nog steeds om ‘my life for me’ en niet ‘my life for yours’.

  1. Hoe breken we door die barrière heen?
Hoe ontwikkelen we nederigheid? Je moet in elk geval wel duidelijk in de gaten hebben dat wat de bijbel ‘nederigheid’ noemt, iets anders inhoudt dan wat we in de wereld ‘nederig’ vinden. Wij vinden nederig: verlegenheid en een gebrek aan zelfvertrouwen. Maar dat zie je in dit Bijbelgedeelte helemaal niet terug. Kijk eens in vers 6 en 7:

Daarom staat er: ‘God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade.’ 7 Onderwerp u dus aan God, en verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten.

Zie je dat? ‘Verzet je tegen de duivel.’ Ik weet dat veel mensen tegenwoordig niet meer in het bestaan van een duivel geloven. Maar besef eens wat Jakobus hier zegt. Als je gelooft in de duivel, dan weet je dat het de grootste, slechtste kracht is die er bestaat. Een groter kwaad is er niet. En dan staat er dus dat als je nederig bent, je de duivel kan weerstaan. Als je niet bang bent voor de duivel, hoef je nergens bang voor te zijn. Dat lijkt niks te maken hebben met nederigheid, maar dat heeft het dus wel! Mozes ging naar de Farao en zei hem zijn volk te laten gaan. Zet dat eens in de sociaalhistorische context. Mozes ging naar de machtigste man op aarde van dat moment en zei hem zijn gratis krachten, de basis van de economie, nú te laten vertrekken, onvoorwaardelijk. En van Mozes wordt gezegd dat hij de nederigste man op aarde is! Mozes was niet moedig en durfde het niet aan hoewél hij nederig was. Nee, hij was moedig omdát hij nederig was!

We hebben nederigheid alleen nog maar beschreven, nog niet gedefinieerd. Dit is de bijbelse definitie van nederigheid: nederigheid is niet dat je minder van jezelf denkt, maar minder aan jezelf denkt, minder gefocust zijn op jezelf, minder naar jezelf kijken. Dat kan doordat je vanbinnen uiterst zeker bent van je eigen waarde voor God en dat God zorgt voor de omstandigheden in jouw leven. Nederigheid is niet een gebrek aan zekerheid. Van binnen ben je juist uiterst zeker van jezelf en de waarde die je hebt en dat God voor jouw leven zorgt.

Daarom kan een nederig mens het aan, kan hij vergeven en genadig zijn als iemand hem aanvalt of lelijke dingen van hem zegt. ‘I don’t care, God cares’. Hij weet wie hij is, hij weet dat hij waardevol is. Als jij mij belastert, dan kan ik dat daardoor hanteren.
Vriendelijkheid, vergevingsgezindheid, eerbied, anders durven zijn, laten een gebrek aan het concerteren op jezelf zien, doordat je van binnen weet wie je bent. Het is geen gebrek aan zekerheid. Een trots persoon heeft dat gebrek wel van binnen. Die voelt zich altijd aangevallen, heeft het gevoel dat hij zijn rechten niet krijgt, heeft altijd het gevoel van ‘wat zal mij nu weer overkomen’. Dat is trots. Dat maakt dat het verschil er is tussen trotse en nederige mensen zoals beschreven in die zes punten hierboven.

Hoe krijg je die vrede van binnen, die je nodig hebt om nederig te zijn, die je nodig hebt om een echte gemeenschap te kunnen vormen?
De rest van hoofdstuk 4 vertelt ons twee dingen die je moet weten om te groeien in die nederigheid:

  1. De enorme liefde die God voor jou heeft
  2. Het omgekeerde principe dat het hart van het universum vormt
1. De enorme liefde die God voor jou heeft.
Kijk in vers 4:

4 Trouwelozen! Beseft u dan niet dat vriendschap met de wereld vijandschap jegens God betekent?

Het woord ‘trouwelozen’ is lastig te vertalen omdat het verwarring wekt. In het Engels staat er ‘you adulteress peole’, wat betekent: jullie overspelige mensen. Eigenlijk had het vertaald moeten worden met ‘aldulteresses’, wat  ‘overspeelster’ betekent, de vrouwelijke vorm. Dat brengt de verwarring want Jakobus spreekt mannen en vrouwen in de kerk aan. De hele kerk spreekt hij aan. Waarom spreekt hij dan mannen én vrouwen aan met dat vrouwelijke woord ‘overspeelster’? Jakobus refereert hier aan een van de bijzonderste dingen uit de bijbel. God houdt niet alleen van ons zoals een herder van zijn schapen. Hij houdt niet slechts van ons op de manier zoals een vader van zijn kinderen houdt. God houdt van ons zoals een man houdt van zijn vrouw. Geestelijk gezien is God onze echtgenoot. En als wij zondigen, plegen wij geestelijk overspel.

Dat is ook wat dat cryptische vers 5 betekent:

Denk toch niet dat dit loze woorden zijn in de Schrift: ‘Hij die ons het leven gaf, maakt er vurig aanspraak op;

Daar wordt gesproken over ‘het leven dat hij ons gaf’. In het Engels: ‘the spirit’, de geest. Hij is jaloers op ons. Dat woord ‘jaloers’ is, als het voor mensen gebruikt wordt, vaak heel negatief geladen. Maar bij God is dat nooit het geval. Als God jaloers is, betekent dat dat Hij verlangt naar jouw liefde op net zo’n manier als een echtgenoot verlangt naar de liefde van zijn vrouw. Het is verbazingwekkend hoe gedurfd dit is! Hij verlangt naar onze liefde! Maar dat is nog niet alles.

2. Het omgekeerde principe dat het hart van het universum vormt.
In vers 6 staat:

God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade.

En in vers 10:

Verneder u voor de Heer, dan zal hij u verheffen.

Hier laat Jakobus het ‘principe van omkering’ (upside down principle) zien dat we in de bijbel steeds weer tegen komen. De bijbel zegt dat wie zich vernederd, verhoogt zal worden en wie zich verhoogd zal worden vernederd. De laatste zal de eerste zijn, de eerste de laatste. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, wie het verliest zal het vinden.

Dit betekent dat als je je leven voor God aflegt, als je zegt dat je Hem wil volgen ongeacht de consequenties, als je honderd keer per dag je leven aflegt ten gunste van ander mensen…Als je je leven aflegt en sterft aan je eigen kracht en je eigen controle, als je je leven aflegt voor God en andere mensen, krijg je je leven terug voor altijd!

Maar als je zelf de controle en zekerheid wilt vasthouden, je leven niet wilt afleggen, je niet dienstbaar wilt zijn, maar je wilt dat andere mensen jou dienen, zal je leven meer op dat van de satan gaan lijken en wordt je leven steeds meer een hel. Wie zijn leven wil verliezen, zal het vinden; wie het wil vinden zal het verliezen. De weg omhoog gaat omlaag en de weg omlaag gaat omhoog.

De manier om je eeuwig goed te voelen over jezelf is door toe te geven dat je een hopeloze zondaar bent, door tot in keer te komen en te zeggen dat God alle recht heeft om je naar de hel te sturen, maar dankzij dat Jezus Christus je heeft geaccepteerd, kom je daar niet. En weet, voel, geloof, ervaar dat Hij je geaccepteerd heeft! Als je dat begint te begrijpen, kan de nederigheid in je beginnen te groeien. En dat geeft je de ongelofelijke zekerheid van je waarde voor Hem en dat Hij zorgt voor jou en voor je leven. Als dit in je begint te groeien stelt je dat in staat om anderen aan te moedigen, te vergeven. Het stelt je in staat je leven aan de kant te zetten voor anderen. Het zorgt voor een soort krachtenveld om je heen waardoor je gemeenschap kunt stichten met de mensen om je heen.

Als ik zeg dat dit het centrum is van het universum, dan zeg ik daarmee ook dat het het hart is van de geschiedenis. Over de Drie-eenheid, die er al was voor het ontstaan van het universum, de Vader, Zoon en Heilige Geest, wordt ons al verteld wat zij deden in eeuwigheid. Zij dienden elkaar, hadden elkaar lief, verheerlijkten elkaar. Wat betekent het dat zij elkaar verheerlijkten? De Vader verheerlijkte de Zoon en de Zoon verheerlijkte de Vader, zei Jezus. Dat tekent: elkaar liefhebben, eer geven. Dat was en is het innerlijke leven van de Drie-eenheid en dat is de reden dat God de wereld schiep. De wereld waarin het moest gaan om ‘my life for yours’, mijn leven voor het jouwe. Het innerlijke leven van de Drie-eenheid is de enige basis waarop het leven kan worden geleefd. Als de wereld perfect was gebleven, had iedereen zijn leven altijd voor een ander aan de kant gezet. Maar nu is er zonde. Zonde is: ik leef voor mezelf. Ik wil de eerste zijn, niet de tweede. Ik wil niet dienen, ik wil dat anderen mij dienen. Ik wil God niet dienen, ik wil zelf de leiding hebben. En daar komen alle problemen vandaan: racisme, familieproblemen, gebrokenheid, oneerlijkheid…Dat is zonde. Ik ben van mezelf.

Maar wat heeft God gedaan? In Jezus Christus zien we het ultieme: ‘Mijn leven voor dat van jou’. We zien de grootste daad van nederigheid. God kwam naar de aarde in Jezus Christus en liet zijn heerlijkheid achter zich.

Romeinen 15:1-3:

Wij, de sterken, moeten de zwakken in hun kwetsbaarheid helpen en niet ons eigen belang dienen. 2 Laat ieder van ons zich richten op het belang van de ander, op wat goed en opbouwend voor hem is. 3 Ook Christus zocht niet zijn eigen belang; integendeel, er staat geschreven: ‘De smaad van wie u smaadt, is op mij neergekomen.’

Dat Christus niet zijn eigen belang zocht maar dat van ons, is het grootste understatement in de bijbel. Hij kwam naar de aarde en gaf zijn glorie en kracht, zelfs zijn leven op voor jou. Hij betaalde de straf, de boete voor jou.
Het kan goed zijn dat je op dit punt zegt dat je snapt wat Jakobus bedoeld, dat je je leven moet geven, maar dat je zegt dat je niet op die manier kan leven. Kijk dan naar vers 6:

…maar de genade die hij schenkt is nog groter.

Dat betekent dat Jezus leefde zoals beschreven staat in vers 6-8. Hij vernederde zichzelf. Hij weerstond de duivel en die vluchtte weg voor hem. Hij leefde het leven zoals in vers 6 en 7 staat in jouw plaats. Maar dan wat er staat in vers 8:

8 Nader tot God, dan zal hij tot u naderen.

Aan het kruis naderde God niet tot Jezus. Hij werd door God verlaten en riep dat ook uit aan het kruis. Dat was de straf, de boete die jij en ik verdienden, omdat wij zeggen dat ons leven van onszelf is. We zagen al dat dat eenzaamheid brengt. Jezus ervoer die eenzaamheid aan het kruis, hij werd door iedereen verlaten, zelfs door God.
Daardoor kan, als wij op een niet-perfecte manier naderen tot God, nederig zijn, anderen dienen, de duivel weerstaan, Hij toch tot ons nadert, omdat Jezus stierf in onze plaats.  Hij legde zijn leven af voor jou en mij.
En weet je, de enige plaatst waar dat allemaal samen komt, de enorme liefde van Hem voor jou, het omkeer-principe dat het hart is van het universum, is te lezen in het deel uit Johannes 17 wat al eerder is gelezen.

20 Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. 21 Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden. 22 Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: 23 ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad. 24 Vader, u hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien die u mij gegeven hebt omdat u mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd.

‘….en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad!’  Zie je dat in dit vers alles bij elkaar komt? Jezus legde zijn glorie en zijn leven af. My life for yours! Hij bewijst dat dit de manier is hoe wij allemaal moeten leven. Hij vernederde zichzelf en werd daarna verhoogd.

Als jij jezelf vernedert zul je dit weten: in Jezus Christus houdt God van jou, zoals Hij van Jezus houdt. Als ik hierover nadenkt, ontstaat er bij mij een explosie in mijn hart. Probeer het ook! Hoeveel houdt de Vader van de Zoon? Wat voor eer en verheerlijking krijgt de Zoon voor alles wat hij heeft gedaan? Dat is de liefde die jij krijgt, zo kijkt Hij naar jou, als jij in Hem gelooft. Laat dat landen in je hoofd en je hart. Tot je de zekerheid krijgt dat je waardevol bent voor God en dat Hij alles in je leven uitwerkt zodat het je ten goede komt. Als die zekerheid in je groeit, heb je de goede houding om nederig te zijn, waardoor je je niet focust op jezelf, maar de ander kunt dienen.

Verneder u voor de Heer, dan zal hij u verheffen.

 

maandag 14 januari 2013

Wie een gave heeft....


Wie een gave heeft
Everyone with a gift,
Romeinen 12:1-8
Gehouden op 18 sept. 2011
Te beluisteren op: http://sermons2.redeemer.com/sermons/everyone-gift

Romeinen 12 : 1-8

1 Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. 2 U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is.
3 Met een beroep op de genade die mij geschonken is, zeg ik u allen dat u zichzelf niet hoger moet aanslaan dan u kunt verantwoorden, maar verstandig over uzelf moet denken. Denk overeenkomstig het geloof, dat is de maatstaf die God u heeft gegeven. 4 Zoals ons ene lichaam vele delen heeft en die delen niet allemaal dezelfde functie hebben, 5 zo zijn we samen één lichaam in Christus en zijn we, ieder apart, elkaars lichaamsdelen. 6 We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. Wie de gave heeft te profeteren, moet die in overeenstemming met het geloof gebruiken. 7 Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen. 8 Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn.

Samenvatting:
In Romeinen 12 kijkt Paulus naar het Evangelie en vermaant ons dan te leven in het licht van wat Christus voor ons heeft gedaan. Hij spoort ons aan de controle over ons leven op te geven en een ‘levend offer’ te worden voor God. Helaas is het probleem van een levend offer dat het blijft bewegen op het altaar. Tenzij we een diep inzicht krijgen in het offer dat Christus namens ons bracht, zullen we God nooit genoeg vertrouwen om de levende offers te worden waartoe God ons roept.

 Preek
Het is de visie van Reedemer dat je niet alleen naar de kerk komt of bij de gemeente hoort om zelf te groeien, maar dat iedereen zijn gaven gebruikt. Niet alleen ontvangen, maar ook uitdelen om anderen er door op te bouwen. Deze preek is bedoeld om je daarin te sterken.

Romeinen 12 volgt op wat Paulus in de eerdere hoofdstukken heeft verteld over geloof, zonde, redding. Als je echt gelooft wat Paulus heeft uitgelegd, dan ga je leven zoals in Romeinen 12 wordt verteld.  Vooral vers 1 en 2 geven een verbazingwekkende samenvatting van het evangelie. Als je echt in het evangelie gelooft, ga je zo leven, zegt Paulus.

  1. Paulus vertelt wat de essentie is van het christelijke leven
  2. Hij geeft een aantal aspecten aan van het christelijke leven
  3. En hij vertelt welke kracht we nodig hebben voor dit christelijke leven
1. Paulus vertelt wat de essentie is van het christelijke leven
Als je gelooft wat ik heb verteld, zegt Paulus, dan moet je een levend offer zijn. Wat is een levend offer? Het zegt eigenlijk nog meer dan wat hier staat, want in het Grieks betekent het woord ‘offer’ doden. Dus dan staat er: maak jezelf tot een levende dode. Dat is paradoxaal. De lezers van deze brief wisten wat offers waren, dieren offers. Die hadden ze gezien in de tempels. Wat waren dode dieren.
Paulus bedoelde ermee te zeggen dat het christelijke leven nét zo is als een offer en dat het níet zo is als een offer. Gelijktijdig.
Op welke manier is het christelijk leven anders dan de offers die men vroeger bracht? Die offers waren een bloederig gebeuren. Want ze waren een plaatsvervanging voor de zonden, waarvoor straf verdiend werd. In het OT was dat dé manier om verzoening en redding te krijgen en om het weer goed te maken tussen God en ons. En dat is absoluut niet de manier waarop nu een christelijk leven wordt vormgegeven. Het offer van Christus bracht een einde aan alle schuld-en zondeoffers.
Dus als er gezegd wordt dat je een levend offer moet zijn wordt er niet bedoeld dat je met je leven verzoening tot stand moet brengen.

Er is nog een verschil met OT offers. Als je toen een offer bracht was je klaar. Je bracht je schaap, je graan of wat ook maar en als je dat geofferd had was het klaar. Maar als je zelf een levend offer bent, dan ben je daarmee nooit klaar. Dat ben je elke dag, elk uur, elke minuut, ook nu. Je offert jezelf continu aan Hem. Constant. Intens.

Op wat voor manieren is het christelijk leven wél een offer?
Er moet wel iets worden gedood, het is een offer. En dat is dit: Je hebt geen christelijk leven tenzij je het idee dood dat je het recht hebt te leven zoals jij dat kiest. Tim Keller merkt hierbij op dat hij het zelf niet kan geloven dat hij dit zegt midden in Amerika! Maar dat is de kern: je moet het idee doden dat je zelf het beste weet wat goed is voor je leven. Het idee dat je je eigen baaas bent. Dat jij het beste weet wat er in jouw leven moet gebeuren. Dat idee moet je doden en aan God geven.
Het voelt als sterven als je zegt dat Hij het beste weet wat goed voor je is. Ik vertrouw u. U weet het het beste. Ik vind het niet leuk om te doen, maar omdat u het zegt, doe ik het. Ik kies niet meer.
Dat voelt als doodgaan. Maar aan de andere kant vind je het leven. Daarom is het een levend offer! Een offer dat leidt tot het leven!

Tim Keller vertelt een voorbeeld van een meisje dat in de jaren 30 van de vorige eeuw tijdens een conferentie besloot de zending in te gaan, in Azië. Zij was toen 15 jaar. Veel jongeren nemen dat besluit, maar dan komt het er niet van in de praktijk. Zij wel. Zij maakte haar school af, wilde opleidingen gaan volgen en hoorde hoe zwaar het is om de zending in te gaan. Maar ze was vast besloten. Om uitgezonden te worden moest ze goed getraind zijn én ze moest getrouwd zijn. Want een alleenstaande Amerikaanse vrouw in Azië, dat was niet veilig. En er waren culturele redenen waarom zij getrouwd moest zijn. Op een avond ging zij op haar knieën en gaf haar leven aan God. Ze zei niet te geven om een comfortabel en veilig leven. Ze zei zichzelf helemaal te geven voor de zending. Zij had maar één ding van God nodig: een man.

Ze ging naar de bijbelschool, volgende allerlei trainingen, maar toen dat traject was afgerond: geen man, geen vriend. En ook de opleiding daarna: geen man. Toen die bijna afgerond was, was ze heel boos op God. Waarom? Ze kon verder niets meer doen qua opleidingen, dat was helemaal klaar, maar toch kon ze niet uitgezonden worden. Hoe kon God haar dat aandoen?

Die nacht realiseerde ze zich dat ze haar leven helemaal niet aan God had gegeven. Ze was haar eigen idee van een heldhaftig leven achterna gegaan. Als zij dát leven kon leven, voelde ze zich waardevol. Dat leven moest God haar geven. En zo richtte ze haar leven is. Ze diende God niet, ze gebruikte Hem voor haar plannen en vertelde Hem wat Hij moest doen.

Die nacht trok ze haar handen af van haar leven en gaf het echt aan God.
Als dit meisje, dat zo’n groot deel van haar leven gericht was op het doel God te dienen en toch haar leven niet echt aan Hem had gegeven, heb jij dat dan wel?

Zij kon het wel toen zij erkende dat God oneindig wijs en liefdevol is. Daarom wilde ze alles doen wat de bijbel haar vertelde ook al vond ze het niet leuk. Als je zegt dat je de bijbel gelooft, maar dit of dat niet doet omdat je dat niet aanstaat, dan zit je zelf op de troon van je leven. Dan pik je hier en daar een graantje mee van wat je lekker vindt en de rest laat je voor wat het is. Dan beslis je zelf over je leven en ben je geen levend offer. God is oneindig veel wijzer dan ik ben. Hij is oneindig goed, liefdevol. Als je gelooft dat Hij wijzer is dan jij bent, dat hij meer van jou houdt dan dat je dat zelf doet, dan kun je Hem je leven geven en ben je vrij!

Als je zegt: ik zal gehoorzamen áls u …….Alles wat aan de andere kant staat van het woordje ‘als’ is je echte offer.

In de tekst staat: “dit is uw ware eredienst”. Let op het woordje: ‘dienst’. Daar staat het woordje ‘ware’ voor. Dit betekent: geef je zelf, offer jezelf voor God, stel je in dienst van Hem, maak Hem tot degene voor wie je leeft. Want je dient iets anders, aanbidt iets anders.
Denk nu niet dat je dit zo’n aantrekkelijke boodschap vindt omdat je vrij wil zijn. Dan houd je jezelf voor de grap. Iedereen leeft voor iets. En daar offer je jezelf voor. Je bent niet vrij.
Als je niet in God gelooft maar je carrière alles voor je is, dan zal die carrière je de das om doen. Of als de liefde van een bepaald persoon alles is voor jou in je leven, hoe teleurgesteld zul je zijn als de liefde ophoudt of die persoon je achterlaat? Je offert nú al voor iets, je staat al in dienst van iets. Je bent niet vrij. Zelfs als je zegt dat je totaal onafhankelijk bent van alles en iedereen, dan is dat niet waar. Ook dan ben je niet vrij. Je brengt dan offers aan je eigen onafhankelijkheid.

Iedereen offert aan iets. Maar alleen God is oneindig liefdevol, wijs, vriendelijk. Al het andere zal je uiteindelijk kapot maken.

  1. Hij geeft een aantal aspecten aan van het christelijke leven
In deze preek laat Tim Keller 3 aspecten zien van wat het betekent een ‘levend offer’ te zijn.

  1. Het heeft invloed op je hele leven (it facts all of your life)
Let er op dat Paulus schrijft:
 “…met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen…”
In het Engels staat er: ‘your body’s’. Dat moet heel raar zijn geweest voor de Griekse en Romeinse lezers van deze brief. Want zij vonden dat het lichaam onbelangrijk was en de geest en de ziel waren juist goed. Oosterse religies geloven dat het lichaam en het fysieke leven zelf een illusie is. Door transcendente meditatie moet je er los van komen en één worden met het spirituele.
Als Paulus zegt dat je jezelf moet offeren, bedoelt hij daar niet mee dat hij alleen om het lichaam geeft en niet om de ziel. Kijk maar in vers 3 en 4.
Wat hij bedoelt te zeggen is dat het niet voldoende is om te zeggen dat je een christelijk geloof hebt, dat je innerlijke vrede hebt. Your body is how your soul acts in the world. Aan je leven is te zien hoe je ziel in de wereld staat. Je ziel kan niets doen. Je gevoelens kunnen niks doen, behalve dan door je lichaam in te zetten. Er wordt bedoeld dat je elk deel van je leven moet geven, privé en publiek, individueel en sociaal, van binnen en van buiten.
En dat betekent, en dat lees je in vers 2: ‘….U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen…’ dat je over alle aspecten van je leven na moet denken, hoe je daarin een levend offer kunt zijn. Als je dat niet doet, kun je niet van je hele leven een levend dankoffer maken.

Een voorbeeld, dat je misschien niet leuk vindt, maar het is wel een goed voorbeeld.
Francis Schaeffer gaf een lezing op een groot Congres in Lausanne in 1976. Aan het eind zei hij iets heel interessants over geld en het zakenleven. Hij zei dat de Bijbel ons veel leert over het hebben van bezit. Dat mag best. Maar zowel het Oude als het Nieuwe testament leggen een enorme nadruk op het met mededogen gebruiken van je geld en bezittingen. Overal waar een werkgever een gelovig, bijbelgetrouw christen is zou de wereld moeten kunnen zien dat er minder winst wordt gemaakt zodat de werknemers meer loon betaald zouden kunnen krijgen. Het zou een goede vorm van evangelisatie zijn, beter dan dat de hogere winst daarna naar allerlei christelijke projecten zou gaan.
Dit is wat hij bedoeld: in het OT was het niet toegestaan om zelf alle winst te halen uit een akker die je hebt. Je moest graan laten staan in de hoekjes, zodat de armen konden komen en ook konden mee profiteren van jouw winst door dat graan te oogsten. Het was niet toegestaan eerst zelf de volle winst te halen en daarvan weg te geven aan de armen. Je moest je winst lager stellen en toestaan dat meer mensen konden profiteren van jouw opbrengsten.
Francis Schaeffer bedoelde dat het veel beter zou zijn voor het evangelie als de werkgevers minder winst op zouden strijken doordat de werknemers beter werden betaald dan dat er zoveel mogelijk winst is die daarna na allerlei goede projecten gaat.

 Het gaat er in dit voorbeeld niet om of je het ermee eens bent of niet, of het een goede vorm is of niet. Het gaat erom dat hij nadenkt over hoe hij zijn leven kan omvormen, vernieuwen. Doe jij dat? Denk je erover na? Doe je dat niet, dan is je leven geen levend offer. Want een levend offer zijn betekent dat dat geldt voor elk gebied van je leven.

  1. Het tweede aspect is: het heeft niet alleen invloed op alle delen van het leven, het heeft ook effect op het innerlijke leven.
Vers 3: ‘Met een beroep op de genade die mij geschonken is, zeg ik u allen dat u zichzelf niet hoger moet aanslaan dan u kunt verantwoorden, maar verstandig over uzelf moet denken. Denk overeenkomstig het geloof, dat is de maatstaf die God u heeft gegeven.’
Paulus zegt dat als je het evangelie echt begrijpt, je niet te hoog denkt van jezelf. Maar aan de andere kant zul je ook niet te laag over jezelf denken. In de wereld is het vaak zo dat je je zelfbeeld bouwt op je prestaties. Je zegt dat je een goed mens bent, want je doet dit of je bent dat. En als je doet wat je zegt dat je normen zijn, dan voel je je goed over jezelf, misschien zelfs wel superieur. Maar als je faalt, vind je jezelf verschrikkelijk.
Maar christenen hebben een uniek idee over hoe je identiteit gevormd wordt. Het evangelie zegt dat je een zondaar bent, je verdient het dat je verloren gaat. Maar je bent helemaal geliefd door God door wat Jezus Christus heeft gedaan. Dat maakt je nederig en behoedt je ervoor te hoog over je zelf te denken. Maar het tilt je ook op want Hij houdt van je en dus kun je nooit jezelf haten. Haat je jezelf wel, dan heb je het evangelie nog niet in je innerlijk laten binnen komen.

 Van christenen wordt verwacht dat ze een goed leven leiden. Maar massa’s andere mensen leven ook goed. De essentie van het christen zijn is niet het leiden van een goed leven, tuurlijk hoort dat erbij. Het gaat om de reden, de kracht. Het is het opgeven van je recht om zelf te bepalen wat goed is en dat transformeert je van binnen naar buiten.

  1. Het derde aspect: als je een begin maakt met het ‘levend offer‘ zijn en je werkt dat uit in alle delen van je leven, dan zul je een dienaar worden.
Het heeft invloed op hoe dienend je in het leven staat.
Het laatste deel van de tekst gaat over gaven. Die zijn bedoeld om mee te dienen. Al de gaven die genoemd worden zijn bedoeld om mee te dienen in de kerk. Twee dingen over deze mogelijkheden van mensen:
-          Elk christen heeft gaven.
-          Elke christen is weer anders, heeft andere gaven.

Dat betekent aan de ene kant dat er geen passieve christenen kunnen zijn. Het kan niet dat je alleen naar de kerk komt om iets te horen, je batterij te vullen en weer weggaat en het leven leidt dat je maar wilt. In plaats daarvan kom je naar de kerk om te kijken hoe jij kunt dienen. Je komt niet om gediend te worden, maar om te dienen. Jezus Christus kwam niet om gediend te worden, maar om te dienen. Je kunt niet in Jezus Christus geloven als je in de kerk gediend wilt worden in plaats van te dienen.
Aan de andere kant heeft iedereen verschillende gaven, iedereen is anders. Net als een lichaam, zegt Paulus. Elke individuele christen is zo uniek als een sneeuwvlok, als een vingerafdruk. Dat betekent dat als jij lid bent van deze gemeente, er andere gemeenteleden zullen zijn, of mensen buiten deze muren, die alleen door jou geraakt zullen worden, die op jou zitten te wachten, die alleen jij kunt bereiken. Die zullen niet bereikt worden als jij er alleen mee bezig bent hoe jij gediend kan worden en je er niet mee bezig bent hoe jij kunt dienen. Dien je niet, dan weersta je de wil van de Heilige Geest voor jou. Want de wil van de Heilige Geest voor jouw leven heeft te maken met de gaven die jij hebt gekregen van Hem. En er zijn mensen die als het ware jouw naam op zich geschreven hebben gekregen.

Als je van binnen veranderd bent, zul je niet komen om gediend en bediend te worden, dat er alleen voorzien wordt in jouw noden, maar dan ga je vragen: ´laat maar zien wat ik kan doen’.

  1. Paulus vertelt welke kracht we nodig hebben voor dit christelijke leven
De essentie van christen zijn is niet dát je een goed leven leidt, maar de reden waaróm je een goed leven wilt leiden en de kracht waardóór je een goed leven leidt. Dat is het onderscheid.
Veel mensen die geen christen zijn, die helemaal niet een geloof aanhangen, of een ander geloof, leiden een heel goed leven. Ze houden van hun buren, zorgen voor de armen, houden zich aan wat ze hebben beloofd,…En de Bijbel geeft allerlei redenen waarom dat een goede zaak is. God helpt mensen die niet in hem geloven om goede dingen te doen. Waarom? Kun je je voorstellen wat een smerige wereld we zouden hebben als alleen christenen een goed leven zouden leiden? Ik ben er afkerig van om neer te kijken op de motieven van mensen die liefdadig, integer en vrijgevig zijn. In sommige opzichten kan het me niet zoveel schelen wat de motieven zijn van mensen om zo te handelen. Dan ben ik blij dat ze het doen.

Dat gezegd hebbende: wat een christen anders maakt is dat ze een innerlijke kracht in zich hebben om eerlijk, vrijgevig, goed te zijn. Dat geeft hen een consistentie en duurzaamheid om goed te leven waar verder niemand toegang tot heeft. Weet je wat die kracht is? Het is een nieuw motief. Waarom zou je goed leven als je niet in het evangelie van Jezus Christus gelooft?
Sommigen doen het uit gewoonte, anders uit voorzichtigheid. Die geloven dat er geen absoluut goed of fout bestaat, maar voor de zekerheid kiezen ze ervoor om goed te leven. Anderen doen het vanwege religieuze redenen. Ze zijn bang. God zal hen straffen als ze niet goed leven. Maar angst en gewoonte en voorzichtigheid maken geen ander mens van je, dat ook zo handelt als niemand kijkt. Het maakt niet dat je op elk moment van je leven een goed leven leidt.
Wat christenen hebben is het tegenovergestelde van deze dingen: vreugde! Innerlijke vreugde, innerlijke liefde, die hen dringt van binnenuit en niet een externe kracht die van buitenaf werkt.

Hoe werkt dat?
Paulus zegt: “Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vráág ik u…”
Dat woord ‘vragen’ houdt in: aansporen. Hij commandeert, beveelt hen niet, hij vraagt, hij spoort aan. Dat is wel intrigerend, vinden allerlei commentaren op deze tekst. Paulus had kunnen bevelen, hij is een apostel! Maar Paulus vraagt het hen, ‘met een beroep op Gods barmhartigheden’. Hij zegt hen te kijken naar Gods barmhartigheid. Als je die ziet, dan wil je offeren. En het woord dat daar gebruikt wordt voor ‘offer’ duidt op vrijwilligheid.

Martin Lloyd Jones vertelt hierbij een voorbeeld van een dokter die hij kent, die elke dag zijn kleine hond uitlaat op dezelfde plek, via dezelfde route. De hond wilde altijd graag vrij rondrennen en kon dat moment niet afwachten. Op een dag dacht de dokter dat hij de hond wel iets eerder kon los maken van de lijn, want hij kende zijn hond en de hond kende de weg en zodra hij hem losliet schoot de hond ervandoor. De dokter vond het wel spannend, maar hij liep de vaste route. Tot zijn opluchting zag hij na 10 minuten zijn hond er weer aankomen en samen liepen ze verder. Vanaf die dag ging de dokter elke dag met de hond wandelen zonder hem aan de lijn te houden. En de hond bleef bij zijn meester, zijn baas.

Wat er daar gebeurde is dat de hond zichzelf bij wijze van spreken vrijwillig offerde. Hij wist wie zijn baas was. Hij gaf zichzelf over aan zijn baas. Volgens Loyd Jones is dat wat je moet doen als je de barmhartigheid van God ziet.

Maar wacht! Niet alleen als je de barmhartigheid van God ziet. Jezus Christus is het ultieme voorbeeld van vrijwillige onderwerping. In Johannes 10 zegt Hij dat niemand hem zijn leven afneemt, maar dat Hij het zelf aflegt.

John Edward verondersteld, en ik denk dat hij gelijk heeft, dat Jezus in de Hof van Getsemane al een voorproefje kreeg, al ervaarde, wat Hij zou gaan ervaren aan het kruis: de straf die wij verdienden kreeg hij. Hij proefde er al iets van. Alsof het een test was om te kijken of hij, nu hij dit ervaarde, nog de mogelijkheid had om zich terug te trekken. Alsof God hem een voorproefje geeft met de vraag: “Wil je dit nog steeds doen voor hen?”. En Jezus zegt: “Ja!”
Waarom offerde, gaf hij zich zelf? Niet als een levend offer, maar als een mishandeld offer. Waarom trok hij zijn handen af van zijn eigen leven? Uit liefde voor jou!
Hij trok zijn handen van zijn leven af, zodat hij een stervend offer werd. Trek je handen af van je eigen leven, zodat je een levend offer kan worden. Wat er dan in je zal komen is de innerlijke kracht waar je altijd al naar uit hebt gekeken. Als je je leven in je eigen hand wil houden zal altijd die boosheid je blijven beheersen, zul je van streek blijven, net als die vrouw voordat ze haar leven echt aan God gaf.
aarom deed ze dat uiteindelijk? Omdat ze wist dat Hij oneindig goed en wijs is. Dat wist ze door het kruis! Daaraan kun je zien dat hij oneindig goed en wijs is. Hij trok zijn handen van zijn leven af vanwege jou. Trek dus je handen van jouw leven af vanwege hem!

“Dat is de ware eredienst”. Het woord ‘ware’ kun je vertalen met ‘logisch’. Jezelf offeren is het enige logische dat je kunt doen, als je naar Gods barmhartigheid kijkt. Het is niet meer dan logisch als je er even over nadenkt. Als je in de greep komt van iemand die zich volkomen heeft gegeven voor jou is het niet meer dan logisch dat jij je ook volkomen geeft aan hem. Dat is de enige redelijke manier van reageren.

Jezus trok zijn handen van zijn leven af en viel in het niets. Jij trekt je handen van je leven af en je valt in zijn armen. Hij is de enige meester die je niet zal gebruiken. Het is het enige altaar dat je het leven zal geven en je niet zal doden.

Ik vraag je, mijn broeder en zuster, met een beroep op de barmhartigheid van God, die speciaal zichtbaar werd in het offer van Jezus Christus, kijk naar die barmhartigheid tot jezelf wilt offeren.

donderdag 3 januari 2013

De zoektocht naar geluk



Preek van Tim Keller (uit september 1993) gehouden in Redeemer Presbyterian Church New York.
In het engels te beluisteren via http://sermons2.redeemer.com/sermons/search-happiness

Psalm 1

1 Gelukkig de mens
die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,
2 maar vreugde vindt in de wet van de HEER
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.
 
3 Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.
 
4 Zo niet de wettelozen!
Zij zijn als kaf
dat verwaait in de wind.
 
5 Wettelozen houden niet stand waar recht heerst,
zondaars niet in de kring van de rechtvaardigen.
6 De HEER beschermt de weg van de rechtvaardigen,
de weg van de wettelozen loopt dood.
Inleiding

De mens is enorm ontwikkeld, maar is de mens gelukkiger geworden? Vandaag de dag leven we in de moderne tijd die met een zekere verachting naar het verleden kijkt en het vooral verwacht van de eigen ontwikkeling. Sinds een paar honderd jaar (beginnend bij de Verlichting) is het idee: onze kennis en ons verstand zal ons steeds meer duidelijk maken hoe we de problemen van het leven kunnen oplossen.

En eerlijk gezegd: sommige dingen zijn inderdaad verbeterd. Techniek heeft het leven op allerlei manieren fysiek veiliger gemaakt. Maar als je kijkt naar onze voorouders een eeuw of twee geleden, als je leest in de kranten en boeken van toen, zag je toen net zoveel verveling, wanhoop, betekenisloosheid als nu? De mens is vandaag in vele opzichten minder gelukkig dan vroeger.

De bijbel stelt dat je niet gelukkig wordt van technische vooruitgang, psychologisch inzicht, biochemie, stedebouwkundige planning etc. etc. Die dingen kunnen fysiek misschien comfort brengen, maar geluk staat veel hoger als concept en is niet afhankelijk van allerlei ontwikkelingen.

Het boek Psalmen biedt heel oude kennis en wijsheid over het leven. Ook vandaag de dag is die nog heel actueel. Psalm 1 pakt direct een hoofdthema: geluk. Als je al Christen bent en je weet veel over de bijbel. Vraag je dan eens af: ben je fundamenteel gelukkig? En zo nee, waarom niet? Weet de mens eigenlijk wel hoe hij gelukkig moet worden?

In psalm 1 gaat het over vier principes:

1.       Geluk is mogelijk                           

2.       Echt geluk is fundamenteel geluk, niet oppervlakkig geluk

3.       Geluk is een bijproduct

4.       Zoek waar je écht voor leeft.

1. Geluk is mogelijk


Geluk is mogelijk. Dat klinkt nogal logisch. Maar het is goed om er bij stil te staan. De meeste mensen gaan er om te beginnen vanuit dat  geluk normaal is. Als kind beleef je de wereld meestal zo dat allerlei nare dingen de bedreiging zijn van geluk en dat bij het verdwijnen van de nare dingen het geluk weer normaal wordt. Je krijgt allerlei lessen van je ouders over geld, hard werken etc. En als je die maar zult volgen zul je geluk vinden. Natuurlijk zal er geluk zijn…
Als je ouder wordt ontdek je echter iets anders: geluk is vaak helemaal niet zo dichtbij. Veel van de meest beroemde mensen ter wereld zijn heel cynisch over geluk. Superberoemdheden blijken vaak helemaal niet gelukkig te zijn. Dat zie je ook in literatuur zoals bijvoorbeeld van Shakespeare. Het wereldbeeld dat hij beschrijft in ‘Much Ado About Nothing’ of in Hamlet of Macbeth laat zien dat verkregen macht, het behalen van een hoogste doel, verre van gelukkig maakt. Integendeel...
Het gevolg is dat we als kind dus starten met te denken dat geluk ‘normaal’ is en eindigen met het idee dat geluk onbereikbaar is. 

Er zijn vier manieren waarop mensen naar geluk kunnen kijken:

-         Mensen die denken dat geluk normaal is tenzij je er te dom voor bent
-         Mensen die denken dat geluk onbereikbaar is
-         Een groep er tussen in die aan het schuiven is van het ene naar het andere beeld. Zij zijn ontzettend druk bezig met het leven en de zoektocht naar het ware geluk
-         Een groep die heeft ontdekt wat Bijbels geluk is, wat de Bijbel leert over geluk zoals in Psalm 1.

Christenen kunnen uit de Bijbel leren dat geluk mogelijk is. Het is niet normaal en ook niet onbereikbaar. Het is mogelijk om in deze wereld toch een fundamenteel gelukkig mens te zijn. 
De vraag is waarom zo weinig mensen gelukkig zijn. Het antwoord is: omdat mensen het op de verkeerde manier zoeken. De volgende punten van deze preek (2 en 3) laten twee misverstanden zien als het gaat om het zoeken van geluk:

(punt 2) echt geluk is fundamenteel geluk en niet slechts oppervlakkig
(punt 3) geluk is een bijproduct van iets anders

2. Echt geluk is fundamenteel geluk, niet oppervlakkig geluk


De psalm zegt: een gelukkig mens is als een boom geplant bij een waterstroom. Een bijzonder mooie metafoor. Kijk eens naar die boom. Die ondergaat de seizoenen. Hij draagt niet altijd vrucht, hij staat niet altijd in bloei. Hij is onderhevig aan de seizoenen: de koude winter, de verzengende zomer.  Het verschil tussen deze boom en vele andere bomen is dat hij geplant is aan stromend water.  De wortels hebben toegang tot water, zelfs als het klimaat heel heet en droog is of juist koud.
Wat we hier uit kunnen leren over een basisfout die je kunt maken qua zicht op geluk: dat je denkt dat geluk in de omstandigheden zit. Je kijkt hoeveel regen je krijgt en of je de juiste hoeveelheid zonneschijn ontvangt. Maar het geheim van geluk is: het is te vinden in je fundament, waar je bent geworteld.
Dat die fundamentele positie het verschil maakt is ook in het volgende versje te zien:

Two man looked out through prison bars
One saw mud, the other stars.
(twee mannen keken door de tralies van hun gevangenis, de ene zag slechts modder, de ander  zag de sterren).

Wat wil dat zeggen: de mannen zitten in dezelfde situatie, hebben het zelfde uitzicht etc. Wat is het verschil: de mens zelf. Heeft dat iets te maken met onze psalm? Ja! Van buitenaf ziet een boom die wel aan een waterstroom is geplant er net zo uit als een boom die dat niet is. Een christen is niet simpelweg iemand die goede dingen doet, maar een christen is iemand die geplant en geworteld is in iets buiten zichzelf!
Daarom spreekt de bijbel ook over een weder-geboorte. En dat is ook de reden waarom Petrus het heeft over dat we deelgenoot worden van de Goddelijke natuur en ontkomen aan de zelfzucht waaraan de wereld ten onder gaat. Er is iets van buitenaf in ons geplant waardoor we nu anders zijn, geworteld in God. Bomen kunnen zichzelf niet planten. Er is iets wat jou geplant heeft (aan een waterstroom) en nu is er een nieuwe onbekende kracht in je -  een toekomstbeeld dat je nooit had – je begrijpt dingen die je nog nooit begreep. Dát is waar geluk vandaan komt.

Je kunt het ook van een andere kant benaderen: de boom ervaart ellende. Het doet pijn, hij draagt niet altijd vrucht en tóch:  zijn bladeren verdorren niet.
Veel mensen missen dit punt aanvankelijk: dat het om een balans van geluk, maar ook om pijn gaat. In 1 Petr. 1.4-6 staat: “Je verheugt je in de onvergankelijke erfenis die jou wacht in de hemel; in de redding die je tegemoet ziet; verheug je ook al moet je nu nog tot je verdriet nog een korte tijd allerlei beproevingen verduren.”  Het is dus niet ‘je verheugde je eerst, maar nu leef je in verdrukking’. Het diepe geluk van de redding en het ondergaan van verdrukking kunnen dus samengaan: omdat je geworteld bent in iets anders dan de omstandigheden die je kwellen.

Er zijn helaas ook in de kerk mensen die dit niet begrijpen. Als zij iemand ontmoeten die iets erg overkomt zeggen ze: ‘blijf opgewekt en prijs de Heer, laat je er niet door terneerslaan joh! Je kunt gelukkig nog bij ons in de kerk zijn’. Die manier van helpen is niet het brengen van Gods vrede, maar dat is een soort brainwashing. Kijk naar de boom: juist doordat hij door een seizoen van droogte gaat moet hij zijn wortels uitstrekken naar het water.  Iedereen die dit fundamentele geluk gevoeld heeft weet dat dit gebeurt: leven in een pijnlijke situatie en juist dan tóch het echte geluk zien. Sterker nog: je zult niet weten wat het is om je te verheugen in de Heer als je niet lijdt aan dit leven.  Misschien lijdt je leven aan droogte en vruchteloosheid. Dat zal je er toe brengen om je wortels meer naar de echte voeding bij God uit te strekken.
Bijbels geluk is dus niet een kortstondig pleziertje of oppervlakkig geluk. Geluk is dus niet in wat je op een zeker moment krijgt, maar in wie je bent.  Het gaat dus niet om de omstandigheden, maar om het ‘zijn’. En hoe tegenstrijdig het misschien ook lijkt: het fundamentele geluk ervaar je juist als je in een moeizaam leven lijden meemaakt.

In het kort: Wordt jouw geluk minder als je iets moeilijks meemaakt? Dan is het slechts het oppervlakkige aardse geluk. Wordt jouw geluk gestimuleerd door moeite? Dan is het fundamenteel geluk door het geworteld zijn in Christus. 

Geluk wordt dus niet door je omstandigheden bepaald, en zeker niet door jouw beheersing van de omstandigheden, maar door jouw trouw en loyaliteit aan Hem.

3. Geluk is een bijproduct


In de Bijbel kom je het woord ‘gelukkig’ (oudere vertaling ‘welzalig’ of ‘gezegend’) ontzettend vaak tegen. Geluk is nooit direct verkrijgbaar, maar is het gevolg van iets anders.  Er staat bijvoorbeeld niet in Matt. 5 (zaligsprekingen) ‘gelukkig is degene die geluk zoekt, gelukkig wordt degene die hongert naar geluk’. Geluk ontvang je als je iets zoekt wat groter is dan geluk zelf.
Misschien heb je dit al eerder gehoord en voel je je nu niet gelukkig. Waar ben je nu dan naar op zoek? Als je rechtvaardigheid zoekt in plaats van geluk ontvang je beiden… Als je geluk zoekt, meer nog dan rechtvaardigheid ontvang je geen van beiden…

De Psalm leert ons te onderzoeken: waar leef ik werkelijk voor? Jezus leert in Matt. 6: Maak je geen zorgen. Over helemaal niets! Maar zoek juist het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid. Dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. (6,19-33). Wat betekent het om eerst het koninkrijk van God te zoeken en Zijn gerechtigheid?  Jezus leert ons: zolang als jij je eigen geluk als hoogste doel stelt zul je ongelukkig blijven. 

Denk er eens over na: hoe komt het dat je soms liegt terwijl je liegen niet goed vindt? Hoe komt het dat je soms iemand bedriegt? Hoe komt het dat je normen in je leven hebt die je zelf toch (soms) overtreedt? Dat komt doordat in de meeste gevallen wij denken: “ik heb echt wel principes hoor! Eerlijkheid is echt goed evenals integriteit, vriendelijkheid enz. Maar soms moet je wel een uitzondering maken. ” Wat bedoel je daar dan mee? Is er dan een hoger principe? Kennelijk wel! Je hogere principe is dan “ik moet wel gelukkig kunnen worden”.  Dan zeg je “Ik geloof in de waarheid, maar niet als ik er mijn baan door zou verliezen, want dan wordt ik ongelukkig”. Of “Ik heb zo mijn principes maar ik wil niet mijn vriendin verliezen”. Je draait het dan om: eerlijkheid is uitstekend, maar bovenal zoek je geluk.  De bijbel leert ons dat dat de basisgerichtheid van onze zielen is (sinds de zondeval….) .  Je zult op die manier nooit geluk vinden! Als jij geluk zoekt zal het je altijd ontsnappen en aan je voorbij gaan. Als jij een gelukkig huwelijk zoekt zul je het nooit krijgen. Als jij een carrière als hoogste doel stelt zul je het nooit bereiken en in plaats daarvan angst ontvangen.

Mensen zeggen soms  als ze zich gelukkig voelen ‘ik zou dit moment wel voor altijd willen laten voortduren’.  Ga je gang en probeer dat eens…. En je zult merken dat het plezier er juist dan al af gaat.

Wil God jou gelukkig maken? Ja! Maar als je naar God komt om er zelf gelukkig van te worden maak je van Hem een afgod!  Als je bijvoorbeeld denkt “ik wil best overwegen om te gaan geloven in God, maar vooral als ik zie dat het me wat oplevert. Dat ik mijn doelen bereik en er gelukkiger van wordt”. Dan ben je niet op zoek naar God maar naar een butler! 

Het is heel simpel: God bestaat of Hij bestaat niet. Als hij niet bestaat kun je niet naar Hem toe om gelukkig te worden. Maar als Hij wel bestaat moet je je realiseren dat Hij je gemaakt heeft en je eigenaar is.  En niet naar Hem toekomen en gehoorzamen wordt daarmee onrecht.  De enige manier om dus echt naar God toe te gaan is zonder voorwaarden.  Ga naar Hem en zeg “laat dat ‘geluk’ maar zitten, ik ben u gewoon alles verschuldigd. Ik ben helemaal van U”.  Er zijn twee manieren waarop je naar God kunt gaan:

a. Je zegt “Ik ben u alles verschuldigd, u bent mij niets verschuldigd”

b. Je zegt “Ik wil best naar U komen, maar dan wil ik er wel wat voor terug zien”

De enige manier om bij jezelf na te gaan op welke manier jij naar God bent gekomen is door te bedenken wat er gebeurt in de ‘slechte seizoenen’.  Als je iets ergs overkomt.  Zeg je dan ‘wat voel ik me ondanks de ellende toch prettig  dat ik naar de kerk kan, wat voel ik me beter nu ik de bijbel lees’? ….  Weet je wat dat aantoont? Dat je naar Hem bent gekomen op de basis van dat jouw geluk toch nog centraal staat.  Je eigen geluk blijft dus toch de hoogste prioriteit houden en je gebruikt God om het te bereiken!...

Dat is echt anders dan wanneer je zegt “Ik kom naar God en als ik geluk ontvang. Prima! Maar ik zoek het niet meer zelf”. Het lijkt heel paradoxaal  maar hoe minder je je zelf bezighoudt met je geluk en je juist bezighoudt met Hem, hoe gelukkiger je wordt.  Dit is geen truc! Denk dus niet “ah, ik snap het. Dus ik kom nu naar God en daarmee wordt ik alsnog gelukkig…”. Vergeet niet dat het om de Almachtige God gaat die zich niet voor jouw karretje laat spannen…

Richt je op de hemel, dan krijg je bovendien kracht voor het leven op aarde. Richt je op het leven op aarde en je krijgt geen van beiden…

4. Zoek waar je écht voor leeft


Dus: geluk is mogelijk. Waarom voelen we ons dan niet gelukkig? Een korte terugblik:

-          (2e punt ): omdat we het in de omstandigheden zoeken en niet in het fundament: het geworteld zijn in Christus.

-          (3e punt): omdat we het direct willen en het opeisen als iets niet onderhandelbaars. We willen best God dienen en we staan positief ten opzichte van de 10 geboden en we willen best goede dingen doen, maar we moeten ons er dan wel gelukkig door kunnen voelen. Dat is voor ons niet onderhandelbaar. Zolang je dat als eis blijft zien zul je het niet vinden..!

De Psalm maakt duidelijk dat het niet alleen gaat om een bepaalde goede keus te maken, maar ook om andere concrete dingen niet te doen. Het begint met ‘Gelukkig de mens die niet… die niet.. die niet…’. Dat laat zien dat je eerst moet onderzoeken of je verkeerde dingen doet en iets moet veranderen aan je gerichtheid. Als je kijkt wat er voor werkwoorden worden gebruikt valt op hoe omvangrijk het is:
-          Meegaan met wie kwaad doen/de weg van zondaars betreden: dat gaat over je gedrag

-          Zitten bij spotters: in die cultuur betekende dat: waar je zit, daar behoor je; daar wil je bij horen.
Wil je gelukkig worden? Vers 1 benadert het vanuit het negatieve perspectief (niet.. niet.. niet..), vers 2 vanuit het positieve. Die beide gezichtspunten gaan we nu nog bekijken:

Je moet uitvinden wie jij toebehoort. Iedereen moet bekeerd worden. Dat betekent: op een zeker moment zul je moeten inzien dat er iets anders dan God is wat jou beheerst; wat bezit heeft van jou. Paulus zegt in 2 Kor. 4.7vv: “Het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God.  We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld.” Hij zegt daar: ik lijd wel aan de verschillende seizoenen in mijn leven, maar ik heb wortels in God en daardoor overleef ik.  Vertaald naar onze tijd: je bent bijv. op een mooi punt in je carrière en opeens gaat alles mis en blijf je met lege handen achter. Of je staat in de kerk om te trouwen en degene met wie je zou trouwen komt opeens niet. Moet je dan blij zijn? Nee natuurlijk niet. Het is een door God ingeschapen verlangen om een partner te hebben, om tevreden te zijn in je werk. Wat Paulus aanduidt is het verschil tussen: ‘zeker zijn van je echtgenoot’ en ‘je zekerheid halen uit je echtgenoot’.  Er is een groot verschil tussen ‘iets graag willen’ en ‘je helemaal laten in beslag nemen door iets; er in zitten; al je gewicht er op leggen (wat je bij een stoel doet)’.  Als jij als christen zegt: ‘ik ben al lang christen, en ik weet gewoonweg dat ik niet een fundamenteel gelukkig en blij mens ben’.  Vraag je dan eens af: naar wiens pijpen dans jij werkelijk? Wie brengt de muziek in jouw leven? Wat heeft  jou in bezit? Wat zijn de fundamentele loyaliteiten in jouw leven? Welke wegen bewandel jij? Bij wie zit jij? Je kunt niet het fundamentele geluk vinden zonder eerst te zien waar het niet is te vinden, waar jij je van moet afkeren omdat het je hart en je verstand in beslag neemt. 

Ook mensen die zeggen ‘ik ben Christen’ kunnen nog steeds vast zitten in hun oude patronen. Als jij je niet fundamenteel gelukkig voelt, is de diepgaande conclusie: je zit nog in een verkeerde stoel in plaats van bij God ‘op schoot’. Het echte christelijke leven gaat dus niet over ‘altijd blij zijn’ (wat meer met brainwashing te maken heeft) maar ook niet over het andere uiterste ‘totaal verslagen zijn, vermorzeld door tegenslagen’. Kijk eens naar Jezus: Hij had de perfecte relatie met God de Vader en toch was Hij vaak verdrietig en huilde Hij. Het leven was voor Hem lijden maar de relatie met de Vader was genoeg, ja zelfs alles! Tót zelfs die Vader Jezus verliet en Jezus de wanhoopsschreeuw uitte ‘Mijn God waarom hebt U mij verlaten’. Dát was het ergste lijden voor Hem. 

Als voor jou het leven voelt alsof het zinloos is en je in totale wanhoop bent, dan ‘zit je in iemand anders zijn stoel’. Dat is het perspectief vanuit de negatieve kant. (vers 1)

Positief benaderd (vers 2) staat er: ‘wie vreugde vindt in de wet van de Heer’. Het probleem met die formulering zit in het woordje ‘wet’. Sommigen denken dan direct aan het stukje van de bijbel waar de ‘regels’ staan.  De term ‘wet van de Heer’ gaat echter niet alleen over de 10 geboden maar over de hele boodschap van God als regel voor je leven.  De man van Psalm 1 zegt niet alleen maar ‘die 10 geboden, die zijn best goed en ik ga proberen er wat mee te doen’, maar zijn vreugde is in de wet van de Heer. Hij is verrukt over en kan er niet over stoppen te denken, dag en nacht. Wat ziet hij dan? Hij ziet de centrale boodschap van de bijbel. Wat is die centrale boodschap? Dat die grote machtige God zijn Zoon gestuurd heeft om te sterven voor jou zodat Hij jouw Vader kon worden.

Bekijk het eens vanuit de gelijkenis van de vrijgevige vader (zie boek van Tim Keller  ‘De vrijgevige God’ over de gelijkenis uit Lucas 15). De verkwistende zoon komt terug bij de Vader en hij vraagt niet om geluk (Lucas 15), maar hij zegt ‘Vader ik heb gezondigd tegen de hemel en u, ik ben het niet meer waard uw zoon te zijn, maak mij alstublieft een knecht van u’. Hij is niet op zoek naar geluk en comfort. Hij zegt slechts: ik behoor U toe en ben alles aan U verschuldigd. En op dat moment dat de zoon bij de Vader komt en zegt: ik geef mijn aanspraak op, wordt maar mijn Koning, op dat moment wordt de Koning juist zijn Vader.  En de Vader zegt: ‘geef hem mijn mooiste gewaad en geef hem een mooie ring. Hij is mijn kind!’. En die boodschap is de boodschap waarover vers 2 gaat. Vindt daarin je vreugde!

Het water waarover vers 3 gaat is die wet van de Heer. Daaruit haalt de mens alles wat hij écht nodig heeft en verheugt zich er in: dag en nacht. Zijn blad blijft groen, zelfs in de hitte. Weet jij hoe je dat doet? Door bijv. de boodschap uit Lucas 15 telkens te herhalen en werkelijk tot je door te laten dringen. Dag en nacht! Als je dat echt doet zul je misschien wel vaker verdrietig zijn… Het christelijk geloof maakt je enerzijds een verdrietiger mens, anderzijds juist een diep gelukkig mens. 

Mensen die God niet erkennen in hun leven ontkennen hoe kapot het leven is. Het is vergelijkbaar hoe ik omga met een storing in mijn auto. Mijn vrouw zegt ‘hoor je dat geluid? Dat is er toch niet altijd geweest?’ en ik zeg ‘nee hoor, alles is prima! We kunnen ons geen andere conclusie veroorloven…’. Als je de boodschap van de bijbel echt toelaat in je leven voel je de pijn van de wereld en is er geen noodzaak meer voor je om die werkelijkheid te blijven ontkennen. Maar ondanks dat je die werkelijke situatie van de wereld ziet (die verdrietig stemt…) heb jij een bron van geluk die je uittilt boven de ellende van de wereld. Je zonden zijn van jou afgescheiden en zullen nooit meer tegen je worden gebruikt. En je zult met God samen mogen leven voor eeuwig in een nieuwe hemel en aarde waar alleen maar recht en gerechtigheid is.

Je bent nu nog als christen gelukkiger en verdrietiger op hetzelfde moment. Maar het geluk kan het verdriet bedekken. Dat is wat er gebeurt als je leert de boodschap van het evangelie tot je bron van vreugde te hebben en je er in te verdiepen, dag en nacht. Kun je dat? Er naar luisteren, het lezen, het zingen?

See, the streams of living waters,
springing from eternal love,
well supply thy sons and daughters,
and all fear of want remove.
 
Who can faint while such a river
ever will their thirst assuage?
Grace which like the Lord, the giver,
never fails from age to age.

Zie! Die stromen van levend water
ontspringend uit eeuwige liefde
Die je zonen en dochters overvloedig voorziet
En alle angst voor gebrek wegneemt
Wie komt nog te kort als zo’n rivier
Voor altijd hun dorst zal lessen?
Het is pure genade die zoals de Heer onze gever
nooit zal laten ontbreken van eeuwigheid tot eeuwigheid

[ Bron: “Glorious things of Thee are Spoken” Vers 2. Te vinden op  http://www.hymnsite.com/lyrics/umh731.sht    ]

 

Dus: geluk is mogelijk. Zoek het niet rechtstreeks, zoek het niet in de omstandigheden maar in plaats daarvan: onderzoek waar je écht voor leeft en leer hoe je je vreugde kunt vinden in de wet van de Heer, de boodschap van het evangelie. Hoe je daarmee kunt leren omgaan tot het je dag en nacht verheugt.

Tot slot: er zijn mensen die dit geen mooie boodschap vinden die ik nu breng. Misschien leef je wel in pijn en moeite. Je wil je hoop op betere tijden niet opgeven en je vindt het niet prettig om mij te horen vertellen hoe je een fundamenteel gelukkig mens kunt zijn. Je wil je hoop op iets beters hier je vooral laten opbeuren en daar je kracht uit halen. Ik bied niet mijn verontschuldigingen aan en komt niet terug op deze boodschap: dit is wat je werkelijk nodig hebt. Kom en neem het aan!